Verkiezingsprogramma2018-2022

'Waardevol'

Sociaal, betrokken, opkomen voor de zwakken, verantwoord omgaan met de schepping, dienstbaar. Kortom, waardevol. Dat kenmerkt de ChristenUnie-SGP.

Normen vloeien voort uit waarden. Normen zijn belangrijk voor een goed functionerende samenleving, maar uiteindelijk draait het om waarden. Wat ons betreft: Bijbelse waarden. Bewust kiezen we voor een programma met de titel ‘Waardevol’.
Onder dienstbaarheid vallen alle waarden die gaan over de relatie tot de medemens. Het draait om naastenliefde. Jezus zei, dat met de liefde voor God en de naaste de wet wordt vervuld. Vanuit die basiswaarde zijn we bezig met normen, regels en ook acties. Handen uit de mouwen. Geen woorden, maar daden.


We willen naast mensen staan die lijden, we willen zorgverleners ondersteunen. Ze zijn waardevol. We knokken voor liefde en trouw in relaties, want die zijn waardevol. We willen vechten tegen kindermishandeling, want kinderen zijn waardevol. We zetten ons in voor kwetsbare mensen, vluchtelingen en hulpbehoevenden, want die vinden wij waardevol. We willen onze aarde niet uitputten, want die is waardevol! Wij willen anders zijn, een dienstbare partij. Tot uw dienst!


Veel mensen in Zwijndrecht zetten zich in voor de samenleving en iedereen maakt deel uit van die samenleving. We hopen die instelling ook te vertalen in de politiek. Werkt u met ons mee aan een waardevol Zwijndrecht?

Fractievoorzitter en lijsttrekker,
Andries van Gemerden

(terug naar de inhoudsopgave)   

1       De overheid en wij

1.1       De gemeente, dat zijn we samen

Bij de ChristenUnie-SGP staan niet de overheid of de economie centraal, maar de samenleving en de individuele burgers daarin. De ChristenUnie-SGP wil investeren in de kracht van de samenleving.

1.1.1       Bestuur met de samenleving

Wij verwachten niet alles van de overheid, maar ook niet van de markt. Wij zien overheid en samenleving als bondgenoten. De overheid stimuleert en ondersteunt mensen om hun eigen kracht, of samen-redzaamheid, in te zetten. Bij ons staat de overheid naast mensen. Wij denken mee, stimuleren en ondersteunen waar nodig. Dit vraagt om maatwerk: de één heeft die ondersteuning sneller nodig dan de ander. En als mensen het echt niet zelf of samen met anderen kunnen, dan biedt de overheid een vangnet.


Wij geven de overheid niet te weinig, maar ook niet te veel verantwoordelijkheid. Burgers moeten een beroep kunnen doen op de overheid als hun veiligheid of bestaanszekerheid in het geding is. We mogen de rol van de overheid niet overschatten. De ChristenUnie-SGP staat voor een overheid die betrouwbaar, transparant en herkenbaar is en die daarmee het vertrouwen van de burger waard is. Dat geldt juist ook voor de lokale overheid (raadsleden, wethouders, burgemeester en ambtenaren), die zo dichtbij staat. De ChristenUnie-SGP wil werken aan een klantvriendelijke, begrijpelijke overheid, die zaken niet onnodig ingewikkeld maakt, maar - waar mogelijk - eenvoudiger.


De ChristenUnie-SGP heeft ingestemd met het voorstel om bewoners de mogelijkheid te bieden om taken van de gemeente over te nemen, als zij denken dat het slimmer, beter, goedkoper of anders kan (Pak Aan!). We waarderen het als bewoners zelf met initiatieven komen, maar we willen nog wel meer duidelijkheid krijgen over het beoordelingstraject van een initiatief.
Om samenlevingsgericht te kunnen werken zijn er ook wijkplatforms en is er een dorpsraad. De laatste jaren zijn er zorgen rondom het functioneren van een aantal wijkplatforms; leden stopten ermee, terwijl er geen nieuwe leden bijkwamen. Wel was er meer animo voor klankbord- en beheergroepen. We zullen daarom voor elke wijk of buurt apart op zoek moeten gaan naar de meest geschikte vorm.

Concreet:

  • Het gemeentebestuur zoekt actief de samenspraak met de samenleving en luistert naar gevoelens en argumenten;
  • Het gemeentebestuur licht zijn besluiten in begrijpelijke taal toe aan de samenleving en houdt daarbij rekening met gevoelens en argumenten van de burgers;
  • Het gemeentebestuur draagt er zorg voor dat de medewerkers beschikken over goede communicatieve vaardigheden;
  • Het gemeentebestuur oefent zijn zorgtaken (veiligheid, leefbaarheid, ontwikkeling) uit met degenen die de samenleving vormen en waar dit nodig is wordt dit in de regio gestalte gegeven. Het gemeentebestuur en de samenleving dienen hierop goed te sturen. De partners binnen Vivera en vele anderen tonen aan dat de samenleving veel mogelijkheden heeft om te participeren en te sturen op het beleid;
  • Het gemeentebestuur stimuleert en faciliteert inwonersinitiatieven via Pak Aan! Het gemeentebestuur zoekt naar verbindingen. Het brengt initiatieven vanuit de samenleving bij elkaar, overbrugt verschillen en zorgt voor respect en uitwisseling tussen uiteenlopende burgers;
  • Het gemeentebestuur gaat op zoek naar nieuwe, betere vormen voor samenlevingsgericht werken.

1.1.2.      Integriteit

Vaak wordt er gediscussieerd over de vraag of publieke bestuurders integer handelen of niet. Die discussie ondergraaft het vertrouwen en gezag van bestuurders. Daarom moet de gemeente hierover duidelijk communiceren en een duidelijk signaal afgeven aan de inwoners. 

Concreet:  

  • Bestuurders zijn eerlijk en oprecht en willen zich altijd verantwoorden.
  • College en raad dienen minimaal één keer per jaar te spreken over integriteit van raads- en collegeleden.     

1.1.3       Regionale samenwerking binnen de Drechtsteden

De SGP-ChristenUnie vindt de zelfstandigheid van de afzonderlijke gemeenten een groot goed. Onze eerste blik is dus altijd gericht op wat iedere gemeente zelf kan uitvoeren of doen. Kwaliteit en nabijheid en benaderbaarheid van bestuur zijn daarbij het uitgangspunt. Tegelijk zien wij schaalvoordelen van samenwerking in de Drechtsteden.


Uitgangspunt voor iedere samenwerking is de meerwaarde voor de burgers in onze eigen lokale gemeenten. Samenwerking vindt plaats op de schaalgrootte die passend is voor de betreffende taak. Voor een aantal taken is de samenwerking binnen de Drechtsteden met 7 gemeenten de passende schaalgrootte.

Binnen de Drechtsteden wordt al jaren succesvol samengewerkt met de 6 gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht. Vanaf januari 2018 is Hardinxveld-Giessendam ook toegetreden tot de Drechtsteden.
De samenwerking in de Drechtsteden heeft meerwaarde voor de deelnemende gemeenten. Sturing vanuit de gemeenten is belangrijk om te waarborgen dat er voor iedere deelnemende gemeente meerwaarde in de samenwerking is en blijvend aansluit bij de behoefte van de individuele gemeenten. Tegelijk moet de inhoud van de samenwerking centraal staan en de regio sterker gepositioneerd worden om resultaat te boeken bij de Provincie, het Rijk en andere partijen.

In de afgelopen jaren heeft de SGP-ChristenUnie zich positief kritisch opgesteld binnen de regio. Op het gebied van de ambtelijke organisatie en ICT zijn we sterker geworden door deze samenwerking en kunnen we een betere kwaliteit leveren aan onze inwoners.
Ook de gezamenlijke sociale dienst heeft zijn vruchten afgeworpen zowel voor de cliënten in een betere kwaliteit van zorg en ondersteuning als voor de gemeenten in financiële en organisatorische zin. 

Een ander voordeel van samenwerking in de regio is versterking van onze lobbykracht. Wij zijn er van overtuigd dat economische ontwikkeling en verbetering van de bereikbaarheid en mobiliteit alleen bereikt kunnen worden door een krachtige regionale aanpak en lobby.

Samenwerken binnen de Drechtsteden leidt tot meer efficiency: de afgelopen jaren hebben aantoonbaar laten zien dat de gemeenten met minder medewerkers en minder geld een hogere kwaliteit van dienstverlening hebben kunnen leveren.

Voor de samenwerking in de Drechtsteden gaan wij primair uit van de lokale autonomie. Wij zijn voorstander van een heroriëntatie van bevoegdheden tussen gemeente en regio en we zijn zeker geen voorstander van het overdragen van meer bevoegdheden door gemeenten aan de regio. Er moet een duidelijk gehandeld worden vanuit de eigenaarsrol die de lokale gemeente heeft. Daarbij past bescheidenheid in de Drechtstedenregio als het gaat om het toe-eigenen van bevoegdheden. Van belang is dat de gemeente de eerste bestuurslaag is en dat daar de primaire besluitvorming en verantwoording thuishoort. Pas bij heel duidelijk delegatie en mandatering komt de regio in beeld. De regionale samenwerking en de gekozen vorm is daarin een hulpmiddel, maar deze samenwerkingsvorm moet dienend zijn aan het lokale belang. 

In de afgelopen jaren zijn veel taken waarop samenwerking zinvol werd geacht, ondergebracht bij de GRD. Over die onderwerpen wordt dan niet meer door de gemeenteraad gediscussieerd en besloten. Dit laatste is wel het geval als je ‘gewoon’ samenwerkt als zelfstandige gemeenten. Het is gewenst in de komende tijd na te gaan of we niet teveel taken bij de GRD hebben ondergebracht. Als voorbeeld nemen we de woonvisie. Een regionale woonvisie moet er zijn. De Provincie toetst plannen aan zo’n visie. Nu wordt de woonvisie in de Drechtraad vastgesteld, het algemeen bestuur van de GRD. Je kunt er ook voor kiezen om zo’n woonvisie gezamenlijk op te stellen, maar de besluitvorming te laten plaatsvinden in de gemeenteraden. De gemeenteraden zijn tenslotte ook verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan in concrete woningbouwplannen. De GRD heeft daarin geen enkele bevoegdheid.

De Drechtsteden worden bestuurd volgens de zogenaamde ‘principes van verlengd lokaal bestuur’. Dat wil in de praktijk zeggen dat lokale politici en bestuurders binnen de Drechtsteden de belangen van hun gemeente behartigen en dat zij richting onze burgers verantwoordelijkheid nemen voor en verantwoording afleggen over het beleid dat in de regio wordt gevoerd. 

Het bestuur van de Drechtsteden moet wat de SGP-ChristenUnie betreft krachtiger en met meer focus op gezamenlijke belangen invulling geven aan haar taak. Het resultaat van de samenwerking moet scherper worden geformuleerd en meer centraal staan bij de uitvoering. De Drechtraad heeft hierin een belangrijke kaderstellende en controlerende taak, zonder dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan de voortvarendheid van onze groeiagenda.

Binnen de Drechtsteden werken we samen op het gebied van:

• Werken & Economie (vergroten van werkgelegenheid en verstevigen economische positie);
• Sociaal vangnet (Wmo en Participatiewet);
• Wonen (aantrekkelijke regio om te wonen);
• Bereikbaarheid (van, naar en binnen de Drechtsteden);
• Bedrijfsvoering (efficiënt en effectief).

Op alle genoemde onderwerpen moeten we slim gebruik maken van de schaalgrootte van de regio. De SGP-ChristenUnie kiest er dus voor om de voordelen van regionale samenwerking binnen de Drechtsteden te combineren met de kracht van lokaal bestuur en lokale organisaties. Dit is in het belang van onze inwoners voor sterke en toekomstbestendige gemeenten en regio.

Concreet:

  • Handhaving van het eigen karakter en de identiteit van de zeven deelnemende gemeenten in de regio Drechtsteden;
  • Continuering van de zelfstandigheid van de deelnemende gemeenten. Voor Zwijndrecht geldt daarbij dat wij binnen de Zwijndrechtse Waard de samenwerking met Hendrik-Ido-Ambacht zullen blijven zoeken. Een fusie van de gemeenten Zwijndrecht en Hendrik-Ido-Ambacht wordt door ons niet op voorhand afgewezen;
  • Heldere communicatie over de vruchten van de regionale samenwerking door de afzonderlijke gemeenten;
  • Optimale dienstverlening aan burgers en ondernemers door de Drechtstedelijke organisaties als de Sociale Dienst Drechtsteden;
  • Duurzaamheid vanuit de opdracht tot rentmeesterschap, waarbij we Energieneutraliteit bevorderen;
  • Beleid statushouders verbeteren, door in te zetten op werken & leren, goede begeleiding bij huisvesting en integratie, maatwerk in plaats van een algemene voorziening;
  • We willen werken aan bereikbaarheid door weg,- spoor- en waterinfrastructuur beter te benutten en te optimaliseren;
  • De luchtkwaliteit zal verder moeten verbeteren.   

1.1.4       Regionale samenwerking buiten de Drechtsteden

De gemeenteraden moeten betrokken blijven bij de ontwikkelingen binnen de regio Zuid-Holland-Zuid of andere regionale verbanden. Het uitgangspunt blijft echter dat de samenwerking in de regio dienstbaar moet zijn aan de Zwijndrechtse samenleving. De niet vrijblijvende regionale samenwerking dwingt tot:
a) heldere kaders waaronder taken kunnen worden overgedragen;
b) duidelijke afstemming van de werkwijze tussen het samenwerkingsverband en de afzonderlijke gemeenten;
c) heldere communicatie over samenwerking en activiteiten naar de burger.

In de regio Zuid-Holland Zuid zijn een aantal organisaties actief die mede namens Zwijndrecht een aantal taken uitvoeren: jeugdzorg, regionale brandweer, milieudienst, recreatieschappen, ambulancevoorziening en de taken op het gebied van Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten. Wij willen dat deze organisaties maatwerk voor de gemeenten leveren.

Concreet:

  • Intergemeentelijke samenwerking moet een probaat middel zijn om efficiënter en goedkoper te werken, dat geldt in het bijzonder de ambtelijke organisaties, waarbij de Zwijndrechtse burger moet weten waar hij of zij moet aankloppen voor bijvoorbeeld hulp en ondersteuning;
  • Samenwerking moet duidelijke maatschappelijke en economische voordelen hebben.   

(terug naar de inhoudsopgave)  

1.2       Veiligheid

Veiligheid is een basisbehoefte van mensen. Inwoners willen veiligheid in hun huis, in hun wijk, in het verkeer, op school en op het werk. Veiligheid is één van de kerntaken van de overheid. De overheid moet zich ervan bewust zijn dat zij een verantwoordelijkheid heeft om de kwetsbare inwoners te beschermen en criminaliteit te bestrijden. Onveilige situaties moeten worden voorkomen en door de gemeente moet handhavend worden opgetreden tegen burgers en bedrijven die de veiligheid in gevaar brengen. De ChristenUnie-SGP wil de komende jaren sterk blijven inzetten op preventie, zonder de handhavende rol van de overheid te veronachtzamen. De eigen verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven en instellingen wordt daarbij niet uit het oog verloren. Juist burgers, winkeliers, scholen, politie en woningcorporaties dragen bij aan goede buurten. Dat zijn buurten waarin jongeren veilig naar school gaan en ruimte hebben om te spelen, waarin ouders met een gerust hart wonen, werken en winkelen en waarin ouderen zonder zorg over straat kunnen en actief kunnen zijn.


Veiligheidsbeleid vraagt om een samenhangend pakket aan maatregelen, variërend van het vandalismebestendig inrichten van de openbare ruimte tot het maken van afspraken over de inzet van politie. De gemeente legt de lokale prioriteiten op het vlak van de openbare orde en veiligheid vast in een integraal veiligheidsplan. Dit wordt periodiek vernieuwd en geëvalueerd met de gemeenteraad.    

1.2.1       Overlast, vernieling en criminaliteit

De ChristenUnie-SGP blijft zich sterk maken voor voldoende blauw op straat om krachtig op te kunnen treden tegen zinloos geweld, overlast, vandalisme en criminaliteit. Mensen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun gedrag. Ook moeten ouders worden aangesproken op het gedrag van hun kinderen. Op hen rust de taak van een goede morele vorming van hun kinderen. Inwoners kunnen vaak ook zelf een bijdrage leveren aan het bevorderen van de veiligheid in de eigen leefomgeving.

Concreet:

  • De wijkagenten blijven behouden en zijn duidelijk zichtbaar op straat aanwezig;
  • Het gemeentebestuur zet zich in voor een wijkagent per 5000 inwoners;
  • De politie participeert actief in het lokale zorgnetwerk om bij te dragen aan preventief handelen;
  • De gemeente behoudt minimaal het steunpunt, zoals we nu hebben met het huidige politiebureau, waar burgers de wijkagenten kunnen spreken, aangifte kunnen doen en dergelijke;
  • De gemeente zet zich maximaal in voor het realiseren van aanvaardbare aanrijdtijden van de politie en andere hulpdiensten;
  • Bij de Halt-trajecten ouders nauw betrekken bij de aanpak van overlastgevende jongeren;
  • In risicogebieden kan cameratoezicht ingesteld worden. Cameratoezicht is een prima middel, maar we willen het beperkt (proportioneel) toepassen en inbedden in een goede cyclus van beleid, uitvoering en evaluatie;
  • Schade als gevolg van vandalisme waar mogelijk verhalen op de dader;
  • In samenwerking met de woningcorporaties het verkrijgen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen bij nieuwe woningen en grootschalige renovaties bevorderen. Graag denken wij na over de mogelijkheden die er zijn, nu corporaties aangeven dat dit keurmerk te duur zou zijn;
  • De komende periode willen we de wijkpreventieteams goed blijven ondersteunen en waar nodig beter gaan ondersteunen. Een goede basiskennis is essentieel om vrijwilligers hun werk te laten doen;
  • De gemeente ondersteunt initiatieven die meehelpen aan meer veiligheid;
  • De wens van de ChristenUnie-SGP is om het fenomeen “Buurtbemiddeling” in stand te houden door dit blijvend te stimuleren;
  • Het doen van elektronische aangifte bevorderen en het stimuleren van lage drempels voor het doen van aangifte en een goede terugkoppeling door de politie;
  • Wij willen de sociale samenhang tussen mensen en groepen mensen versterken. Daartoe faciliteren wij wijkplatforms, verenigingsleven en buurtinitiatieven en geven wij de samenleving een rol in de zorg voor veiligheid in de wijk.  

1.2.2       Bedrijvigheid en veiligheid

Ook bedrijven hebben te maken met overlast en vernielingen. Samen met de gemeente worden afspraken gemaakt over het tegengaan van deze problematiek. Bedrijvigheid is van groot belang voor de lokale economie. De gemeente moet zich echter wel bewust zijn van de risico’s die bepaalde bedrijven met zich meebrengen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan zware bedrijven, tankstations en chemische opslag.

Concreet:

  • Voldoende aandacht hebben voor de specifieke situaties, zoals de zware bedrijven, de diverse vervoersassen, spoor- en rivierveiligheid;
  • Samenwerken met de ondernemersverenigingen of collectief van bedrijven om inbraken terug te dringen;
  • Afspraken maken met het bedrijfsleven over de beveiliging van bedrijventerreinen in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen;
  • Zorgen dat de vergunningverlening en handhaving op orde is, in het bijzonder ten aanzien van risico’s van bedrijven voor de omgeving. De afspraken daarover met brandweer en milieudienst regelmatig evalueren.. 

1.2.3       Brandweerzorg en hulpverlening

De hulpdiensten, brandweer en ambulancezorg, zijn voldoende toegerust om hun taken goed te kunnen vervullen. De brandweer investeert, naast de reguliere brandbestrijding, ook in preventieve taken.

Concreet:

  • Het gemeentebestuur houdt goed contact met brandweervrijwilligers en stimuleert werving van nieuwe vrijwilligers. Het jeugdbrandweerkorps voorziet in een behoefte, o.a. als kweekvijver voor de brandweer;
  • Wij juichen het toe als de brandweer zich meer toelegt op preventie, o.a. door uitreiking van brandmelders en voorlichting aan specifieke groepen en op scholen;
  • De AED-punten in wijken en Heerjansdam uitbreiden, in samenwerking met bijvoorbeeld EHBO-verenigingen;
  • Ambulancevervoer moet binnen gestelde aanrijtijden aanwezig zijn. Aangezien er grote zorgen zijn en de gestelde tijden vaak niet gehaald worden zullen wij de komende periode sterk inzetten op verbetering. Ambulances moet binnen de tijd aanwezig zijn, we hebben het in veel gevallen over mensenlevens waar elke seconde telt!;
  • Overlast veroorzakende personen die de inzet van de brandweer en andere hulpverleners blokkeren, hard aanpakken;
  • Gemeente zet zich maximaal in voor het realiseren van aanvaardbare aanrijdtijden van de brandweer en andere hulpdiensten;
  • De mogelijkheid voor een opvangmogelijkheid/crisisbeoordelingskamer voor de acute situaties voor verwarde personen die niet in een politiecel thuishoren, maar die op dat moment ook niet terecht kunnen in bijv. een ziekenhuis of de dokterspost, moet worden onderzocht    

1.2.4       Crisis- en rampenbestrijding

De gemeenschap moet erop kunnen vertrouwen dat de gemeente is voorbereid op een crisis en dat zij in staat is daadkrachtig op te treden om de negatieve gevolgen ervan te beperken. Samenwerking met omliggende gemeenten in het kader van de veiligheidsregio is daarbij een eerste vereiste.

Concreet:

  • Het regionaal crisisplan jaarlijks evalueren en actualiseren;
  • Voldoende middelen reserveren voor het opleiden, trainen en oefenen van bestuurders en medewerkers in de crisisorganisatie;
  • Aandacht voor verticale evacuatie naar hoger gelegen woongebieden of hoger gelegen verdiepingen van gebouwen;
  • Voldoende aandacht hebben voor de specifieke situaties, zoals de zware bedrijven, de diverse vervoersassen, spoor- en rivierveiligheid;
  • Goede evacuatieplannen hanteren. Een belangrijk onderdeel hiervan is de aandacht voor de grote groepen ouderen en hulpbehoevenden die in Zwijndrecht lang zelfstandig kunnen blijven wonen;
  • Voorbereiding, samenwerking en oefeningen verdienen veel aandacht. 

1.2.5       Kijfhoek

De ChristDe ChristenUnie-SGP is als geen ander bewust van de risico’s die er zijn op rangeerterrein Kijfhoek. Druppellekkages, wagons die niet te traceren zijn, verkeerd beladen wagons en gevaarlijke transporten (onder andere chloortransport) brengen grote gevaren met zich mee.

Concreet:

  • Kijfhoek wordt grondig gerenoveerd. Wij zijn van mening dat veiligheid en kwaliteit meer prioriteit heeft dan beschikbare budgetten;
  • Wij willen dat er per kwartaal een rapportage verschijnt met het aantal meldingen van gevaarlijke situaties. Indien blijkt dat het aantal meldingen stijgt ten opzichte van gemaakte afspraken zullen we hard ingrijpen;
  • 100 % van de wagons moet traceerbaar zijn;
  • Leveranciers waarvan de wagons die op een niet correcte wijze het rangeerterrein opkomen zijn vanaf dat moment niet meer welkom in Zwijndrecht.

1.2.6       Vuurwerk

De ChristenUnie-SGP kiest ervoor het gebruik van vuurwerk, binnen de landelijke wettelijke kaders, zoveel mogelijk te ontmoedigen en overlast door vuurwerk hard aan te pakken. Uit onderzoekt blijkt dat ongeveer 75% van de mensen een totaalverbod wil op knalvuurwerk en vuurpijlen. Ook op basis van het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) willen wij dat dit vuurwerk wordt verboden. Voor de handhaving door de politie is dit ook veel eenvoudiger. Het scheelt veel onnodige slachtoffers (vaak anderen dan de afstekers van het vuurwerk) en het past in ons denken over duurzaamheid.

Concreet:

  • Vuurwerkvrije zones aanwijzen rond verzorgingstehuizen, winkelcentra etc. handhaven en mogelijk uitbreiden;
  • Pleiten voor een totaalverbod op knalvuurwerk en vuurpijlen;
  • Streng toezien op het afsteken van illegaal vuurwerk en het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijden;
  • Jaarlijks evalueren of de vuurwerkvrije zones het gewenste effect hebben. Mocht blijken dat er gebieden nog te klein zijn, zullen we deze vergroten;
  • Vernielingen en overlast zoveel mogelijk zien te verkleinen. Op oudejaarsdag moet er meer blauw op straat zijn;
  • De kosten van vernielingen indien mogelijk verhalen op de daders en deze hard aanpakken. Vernielingen kunnen we niet tolereren!

 (terug naar de inhoudsopgave)  

1.3       Financiën

Als goed rentmeester gaat de overheid sober en doelmatig met het aan haar toevertrouwde belastinggeld om. Voor de uitvoering van het beleid zijn financiële middelen nodig. Middelen die worden verkregen door uitkeringen van het Rijk of via belastingheffing door de gemeente zelf. Gemeentelijke financiën betreffen dus gemeenschapsgeld. De ChristenUnie-SGP staat voor verantwoord besteden. De gemeente is geconfronteerd met een drastische uitbreiding van het takenpakket. Tegelijkertijd moeten er grote keuzes gemaakt worden in het sociale domein waar de tekorten fors zijn opgelopen en redelijke snel fors op kunnen lopen. Wellicht zal dit dan uitmonden in een ingrijpende bezuinigingsoperatie. Daarnaast zorgt wetgeving ervoor dat de gemeentelijke beleidsvrijheid ten aanzien van het doen van investeringen begrensd is. De verschillende maatregelen leggen samen een grote druk op het financieel beleid. De rijksoverheid heeft een aantal zorg- en welzijnstaken weliswaar met het budget overgedragen, maar heeft daarop een aanzienlijke korting toegepast. De gemeente moet daarom de tering naar de nering zetten. Vooral ook door duidelijk keuzes te maken en prioriteiten te stellen.

Concreet:

  • Verantwoord: besteden aan de juiste doelen, tegen een prijs die niet hoger is dan noodzakelijk;
  • De posten die rechtstreeks te maken hebben met het lenigen van de nood van individuele burgers moeten zoveel mogelijk buiten schot blijven, zoals het kwijtscheldingsbeleid en de schulphulpsanering;
  • Als het gaat om kerntaken van de overheid, zoals veiligheid, is terughoudendheid bij het terugbrengen van het budget op zijn plaats;
  • De gemeente is geen financiële instelling. De gemeente moet geen geld lenen om vervolgens een lening te verstrekken. Dit drukt namelijk op onze schuldenpositie. Datzelfde geldt ook voor garantstellingen. De gemeente moet zich vooral bezighouden met kerntaken en zich niet opwerpen als financiële instelling.    

1.3.1       Het huis op orde

Ook in financiële zin behoort een gemeente er voor te zorgen het huis op orde te hebben. Dat betekent inzicht hebben in wat nodig is voor een solide begroting. Zwijndrecht is beheerst arm. De schuldenpositie is fors te noemen. De gemeente kan zich geen grote risico’s veroorloven. Er zullen daarom expliciete keuzes gemaakt moeten worden om ofwel beleid aan de financiële mogelijkheden aan te passen ofwel extra begrotingsruimte te vinden.

Concreet:

  • Beheerplannen die inzicht geven in onderhoudskosten om alle kapitaalgoederen op het vastgestelde kwaliteitsniveau te houden;
  • Kritische evaluatie van lopende uitgaven (takendiscussie);
  • De reservepositie moet voldoende zijn om mogelijke risico’s op te vangen.    

1.3.2       Risicomanagement

Het huis op orde betekent ook inzicht hebben in alle risico’s. Jaarlijks worden alle risico’s in beeld gebracht.

Het gaat hierbij om:

  • De grootte van de risico’s en de kans dat een risico zich voordoet;
  • Datgene wat gedaan moet worden om de risico’s te voorkomen of de effecten te beheersen en te verzachten.

Concreet:

  • Grote projecten, als Euryza, Noordoevers en de Volgerlanden, geven vaak ook grotere risico’s. Goede sturing hierop in van groot belang;
  • De mogelijke gevolgen hiervan voor de gemeentelijke financiën vragen om een strategische visie voor de lange termijn.

1.3.3       Transparantie

De ChristenUnie-SGP streeft naar maximale transparantie, ook op financieel gebied. Transparant zijn betekent inzicht geven in de financiële mogelijkheden. Maar ook duidelijk zijn in de verantwoording van de bestede financiële middelen. De risicoparagraaf is een essentieel onderdeel van deze verantwoording.  

1.3.4       Financieel beleid

De ChristenUnie-SGP streeft een heldere, inzichtelijke en degelijke begroting na.

Concreet:

  • Een structureel sluitende begroting;
  • De hoogte van de OZB, de hondenbelasting en andersoortige heffingen afhankelijk maken van de weging tussen voorzieningenniveau en de draagkracht van de burger. Wij streven ernaar om de OZB e.d. alleen met inflatiecorrectie te laten stijgen, tenzij daar duidelijke tegenprestaties voor geleverd worden, of aangetoond wordt dat verhoging beslist noodzakelijk is;
  • Wij zijn voorstander van een systeem waarbij de verwachte inflatiecorrectie in het volgende jaar wordt gecompenseerd, wanneer de realisatie afwijkt van de verwachte inflatie. Als de inflatie hoger uitpakt zal de OZB e.d. in het jaar daaropvolgend ook voor dit zelfde deel hoger zijn, maar als de inflatie lager uitpakt zal de OZB e.d. in het jaar daaropvolgend ook voor dit zelfde deel lager zijn;
  • Bij belastingverhoging terughoudendheid betrachten;
  • Tarieven van rioolrecht, afvalstoffenheffing etc. zijn kostendekkend;
  • De hoogte van de begraafrechten dient zodanig te zijn dat het voor iedereen mogelijk is zich te laten begraven. Kostendekkendheid op dit onderdeel is niet vanzelfsprekend;
  • Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor burgers die door een laag inkomen niet rond kunnen komen;
  • Bij alle projecten moet worden gekeken of en hoe zij kunnen worden versoberd;
  • De gemeente zorgt voor voldoende (weerstands)vermogen om onverwachte uitgaven te kunnen opvangen..   

 1.3.5       Subsidiebeleid

Subsidiëren van organisaties, verenigingen of instellingen beoogt doelstellingen van publiek belang te ondersteunen.

Concreet:

  • Het identiteitsgebonden zijn van de subsidieontvanger is geen reden, maar zeker ook geen belemmering om te subsidiëren;
  • Subsidies hebben een aanvullend karakter;
  • Doelstelling en activiteiten van de subsidieontvanger mogen niet strijdig zijn met de goede zeden en passen binnen de erkende normen en waarden;
  • Wij zijn tegen het langdurig financieel steunen van noodlijdende verenigingen..

(terug naar de inhoudsopgave)   

2       Samen leven in onze samenleving

     

2.1       Samen zorgen

Wij gaan voor een gezonde samenleving, die oog en zorg heeft voor mensen in kwetsbare situaties. Wij willen omzien naar mensen in kwetsbare omstandigheden. Vanuit Bijbelse naastenliefde willen wij hun zorg, ondersteuning en bescherming bieden en helpen om hun eigen verantwoordelijkheid weer op te pakken. Mensen dragen verantwoordelijkheid voor elkaar, in gezinsverband, in families en in de buurt. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving en informele netwerken zijn het cement van de samenleving. Vóór alles is inzet op preventie van groot belang. Voorkomen is beter dan genezen. Dit voorkomt niet alleen hoge kosten maar zeker ook onnodig leed voor alle betrokkenen. Elk mens is door God geschapen en te kostbaar om aan zijn of haar lot overgelaten te worden. Zij zijn te waardevol om in drugs, drank, gokken of op een andere manier zichzelf, hun vrijheid en waardigheid kwijt te raken.

De ChristenUnie-SGP heeft constructief meegewerkt aan de decentralisaties van taken naar de gemeente en aan de transformatie van overheidszorg naar meer zelfredzaamheid en samen-redzaamheid, maar niet zonder kritisch te zijn op de manier waarop dit plaats heeft gevonden. Wij ondersteunen de gedachte dat niet alles door de overheid geregeld kan en moet worden. Er waren sowieso wijzigingen nodig in de manier waarop wij de zorg in Nederland geregeld hadden. Zorg moet dichter bij de mensen, informeler, integraler en met meer maatwerk. De ChristenUnie-SGP ondersteunt de ontwikkeling dat gemeenten meer verantwoordelijk worden voor het organiseren van goede zorg. Doel is dat iedereen naar vermogen kan meedoen in de samenleving. Daarbij moet de gemeente vooral een stimulerende en faciliterende rol spelen en een vangnet bieden voor hen die het zelf niet redden.

2.1.1       Wet maatschappelijke ondersteuning

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) legt sinds 2015 veel verantwoordelijkheid neer bij de burgers. De zorg geldt (kwetsbare) medeburgers en hun leefomgeving, waarbij de gemeente ondersteuning, begeleiding en verzorging aan huis leveren. De gemeente geeft in een Wmo-beleidsplan periodiek aan hoe ze deze taak gestalte wil geven. 

De ChristenUnie-SGP pleit voor een gedegen beleid, dat voorwaarden schept voor de burger om zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen en solidair te zijn ten opzichte van mensen met een (psychosociale) beperking en/of langdurige zorgbehoefte. De ChristenUnie-SGP wil daarnaast een optimale keuzevrijheid, zodat de burger hulp kan kiezen die bij hem past. Op 1 januari 2015 is de nieuwe Wmo in werking getreden. Centraal thema is ‘meedoen’ (participatie). Wij willen daar waar het kan dit bevorderen en accenten leggen op burgerparticipatie. Binnen deze wetgeving ligt ook ruimte voor lokale activiteiten die wij ten volle willen benutten. Teveel ambtelijke drukte willen wij vermijden.

Concreet:

  • Stimulerende maatregelen nemen om de onderlinge betrokkenheid - binnen familie, kerk en maatschappelijke verbanden - te (helpen) verbeteren. Ook niet-kwetsbaren moeten opgeroepen worden tot actief burgerschap, om zich in te zetten voor hun medeburgers. Kerken kunnen hierin een stimulerende en ondersteunende rol vervullen;
  • Goede ondersteuning bieden aan mantelzorgers en vrijwilligers;
  • Wij pleiten voor een onafhankelijke cliëntenondersteuning;
  • Voldoende en adequate psychosociale hulp verlenen via het maatschappelijk werk;
  • Optimale keuzevrijheid garanderen, zodat burgers hulp kunnen kiezen voor een organisatie die bij hen past. Daarbij is het van belang dat lokale (identiteitsgebonden) organisaties ook tot de zorgaanbieders behoren. Dat geldt ook voor kleinere of nieuwe zorginstellingen;
  • Voldoende ruimte bieden aan het persoonsgebonden budget of een vergelijkbare systematiek (bijvoorbeeld een persoonsvolgend budget);
  • Ouderen en gehandicapten de mogelijkheid bieden zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen; daarbij dient wel gewaakt te worden voor sociaal isolement en eenzaamheid. De Vivera-wijkteams vervullen hierin een zeer belangrijke rol, waarbij wij wensen dat dergelijke mogelijkheden evenredig verspreid worden over de gemeente Zwijndrecht. Daarbij dienen we te bedenken dat diverse projecten en initiatieven in Zwijndrecht bestaan;
  • Algemene voorzieningen en welzijnsdiensten goed spreiden, zodat deze ook voor de minder mobiele medemens bereikbaar en toegankelijk zijn. We zien veel nut in wijkzorg en de wijkverpleegkundigen etc.;
  • Zorgen voor de aanwezigheid van een maatschappelijk werkende bij de voedselbank en de kledingbank, die samen met de gebruikers kijkt hoe het probleem is ontstaan en helpt om daar weer bovenop te komen. De ChristenUnie-SGP ziet de voedselbank en de kledingbank niet als een teken van welvaart en betreurt het dat deze voorzieningen nodig zijn;
  • Waar mogelijk het clusteren van voedselbank, kledingbank, repaircafe en dergelijke voorzieningen, zodat burgers op één plek terecht kunnen en er daarmee betere hulp is, meer zicht is op de hulpbehoeftigen en er een aantal drempels wordt weggenomen;
  • Voorlichting, advies en hulpverlening bieden aan (aanstaande) ouders, om ze bewust te maken van eventuele relationele verschuivingen bij de komst van kinderen;
  • Meer gebruik maken van adviesorganen, zoals de Wmo-adviesraad en de seniorenraad;
  • Er moeten laagdrempelige en toegankelijke sociale wijkteams zijn, die dicht bij de mensen werken en direct ondersteuning en hulp kunnen bieden;
  • Oog houden voor de signalerende functie van de aanbieders van huishoudelijke hulp;
  • Zorg dragen voor een sluitende zorgketen om overmatig alcohol- en drugsgebruik terug te dringen;
  • Huiselijk geweld is een verdrietig zorgpunt in onze gemeente. De organisatie Veilig Thuis vervult hierin een belangrijke rol;
  • Zwijndrecht kent een groeiend en bovengemiddeld aandeel kinderen dat opgroeit in armoede. We vinden dat onacceptabel. We willen alle instanties bundelen die zich bezighouden met armoedebestrijding.   

2.1.2       Vrijwilligerswerk

De ChristenUnie-SGP vindt vrijwilligerswerk het cement tussen de bouwstenen die de samenleving vormen. Vrijwilligers verdienen dan ook de waardering van de overheid en de samenleving.

Concreet:

  • De autonomie van verenigingen dient gewaarborgd te blijven, ook al krijgen zij gemeentelijke subsidie;
  • Vrijwilligers zijn van onbetaalbare waarde voor de samenleving. Daarom is een gemeentelijk schouderklopje, zoals de jaarlijkse vrijwilligersavond in Zwijndrecht en Heerjansdam, beslist waardevol;
  • Initiatieven vanuit de samenleving dienen gestimuleerd en zo nodig gesubsidieerd te worden via onder andere Pak Aan!.   

 2.1.3      Jeugdzorg

Het uitgangspunt bij het jeugdbeleid is gelijk aan dat bij de Wmo, namelijk veel verantwoordelijkheid bij de burgers. De zorg geldt (kwetsbare) jongeren en gezinnen, waarbij de gemeente een goed vangnet realiseert. In het gezin en bij het onderwijs moet de basis worden gelegd voor een goed functioneren in de maatschappij. De ChristenUnie-SGP streeft ernaar dat jongeren gezond en veilig opgroeien tot burgers die vanuit een gezond verantwoordelijkheidsbesef volop meedoen in de samenleving. Daarom willen we investeren in de jeugd en werken aan goede voorzieningen en netwerken.

Wachtlijsten moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Gebrek aan geld mag niet de oorzaak zijn van lange wachtlijsten. Vaak gaat het om kwetsbare gezinnen en kinderen, waarbij snelle hulp cruciaal is voor een goede zorgverlening. Een hulpvraag moet direct in behandeling genomen worden, zodat het probleem niet escaleert.

Kinderen moeten ook vooral kind kunnen zijn en daarvoor kansen krijgen. Ouders zijn de eerstverantwoordelijken in het opgroeien en opvoeden. De sociale omgeving is ook van belang voor de opvoeding en heeft daar gewenst en ongewenst invloed op. We gaan uit van de eigen kracht van jongeren, ouders en de gemeenschap. Waar ondersteuning nodig is, behoort die zo dicht mogelijk bij de leefomgeving van de jeugdigen en gezinnen plaats te vinden, hoewel dat niet altijd haalbaar of wenselijk is.

Concreet:

  • De sociaal-emotionele ontwikkeling aandacht geven in samenspraak met de scholen;
  • Opvoedkundige problemen van leerlingen vroeg signaleren en hulp bieden via o.a. schoolmaatschappelijk werk, en zo nodig een gezinscoach;
  • Kinderen en jongeren zijn een groot deel van de week op school aanwezig. De school vormt daarom een belangrijke schakel tussen de ouders, de jongere en zorgaanbieders. De ChristenUnie-SGP vindt het belangrijk dat de gemeente niet alleen zorg draagt voor het weghalen van schotten en drempels tussen de verschillende vormen van zorg en/of zorgaanbieders, maar ook voor een goede samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg;
  • Voldoende accommodatie voor de opvang van 12- tot 16-jarigen en 16+-jongeren realiseren alsook jeugdvoorzieningen van sportclubs en sport- en ontmoetingsplekken op straat;
  • Een laagdrempelig Centrum voor Jeugd en Gezin in stand houden met een goede samenwerking en afstemming tussen de partijen. Wij willen dat het CJG zo laagdrempelig en klantvriendelijk mogelijk is;
  • Bij de jeugdzorg moet ruimte geboden worden voor identiteitsgebonden zorg. Dat geldt ook voor kleinere of nieuwe zorginstellingen;
  • Gezinnen ondersteunen in de vorm van één gezin, één plan, één regievoerder;
  • De gemeente zet in op een daadwerkelijke transformatie: zoveel mogelijk ondersteunen in de natuurlijke context van een jongere;
  • Scholen, maatschappelijke instellingen en levensbeschouwelijke organisaties, zoals kerken, worden intensief betrokken bij het gemeentelijke beleid rondom de jeugdzorg..   

2.1.4       Zorg voor ouderen en kwetsbaren

Ouderen en kwetsbaren moeten zo lang en zelfstandig mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De ChristenUnie-SGP vindt dat de gemeente een belangrijke regierol heeft om een goed en samenhangend pakket aan voorzieningen te realiseren en in stand te houden.

Concreet:

  • De wijkverpleegkundige wordt door ons zeer gewaardeerd. Naast verpleegkundige zorg kan hij of zij ook andere behoeften en bedreigingen signaleren en hierop actie ondernemen;
  • Er moeten goede voorzieningen zijn voor psychosociale hulp;
  • Werken aan een sluitend zorgpakket en -netwerk, zoals thuiszorg, maaltijdvoorziening, alarmering, voorlichting (voeding, beweging, veiligheid) en terminale thuiszorg. Het Vivera-concept steunen wij van harte. Ook andere initiatieven in deze sfeer kunnen op onze steun rekenen;
  • Zorgen voor een goede spreiding van voldoende seniorenwoningen met bereikbare en (ook voor gehandicapten) toegankelijke voorzieningen in de directe omgeving;
  • Voorzieningen spreiden om sociaal isolement en eenzaamheid te voorkomen;
  • Mantelzorgers goede ondersteuning bieden;
  • De gemeente blijft concrete plannen maken tegen vereenzaming van inwoners.   

2.1.6       Volksgezondheid

De ChristenUnie-SGP vindt gezond leven in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de burger zelf, maar wil wel actief bijdragen aan bezinning en maatregelen om de volksgezondheid te bevorderen.

Concreet:

  • Optimale voorwaarden voor de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) scheppen om zijn activiteiten uit te kunnen voeren en zijn deskundigheid benutten;
  • De gemeente Zwijndrecht blijvend laten participeren als JOGG(Jongeren Op Gezond Gewicht)-gemeente;
  • Ambulancevoorziening in stand houden in de gemeente/regio, om op tijd hulp te kunnen verlenen;
  • Een lokaal gezondheidsbeleid zal periodiek bijgesteld en geëvalueerd moeten worden en een samenhangend pakket van maatregelen moet worden gerealiseerd in overleg met diverse deskundigen;
  • Toezicht houden op de effecten van gezondheidsbeleid en zo nodig beleidsmatig bijsturen;
  • Zorg blijven dragen voor toegankelijke hulpverlening, onafhankelijk van het inkomen;
  • Voldoende aanbod en goede bereikbaarheid van eerstelijnsvoorzieningen zoveel mogelijk stimuleren, waaronder de continuïteit van de huisartsenzorg;
  • In de gemeente Zwijndrecht wordt op bepaalde plekken een blauwe zone/vergunningparkeren ingevoerd. Dit heeft voor bepaalde zorgverleners zoals thuiszorgmedewerkers, kraamverzorgers en wijkverpleegkundigen tot gevolg dat ze ver weg moeten parkeren of bijvoorbeeld een bezoekerspas moeten regelen. Dat kost onnodig tijd en geld. De ChristenUnie-SGP wil dat in onze gemeente zorgverleners gratis of tegen een gereduceerd tarief een vergunning kunnen krijgen.   

2.1.6       Drank en drugs

De gemeente Zwijndrecht gedoogt de aanwezigheid van één gecontroleerde coffeeshop. De ChristenUnie-SGP wil het gebruik van drugs en alcohol op straat actief tegengaan en streng optreden bij overlast. Signalen uit de buurt moeten hierbij zwaar wegen. In het verleden zijn de regels rondom softdrugs reeds aangescherpt: cannabis met een THC-gehalte van 15% of hoger wordt niet langer gedoogd. Anderzijds worden er ook initiatieven ontplooid rondom een proef met gereguleerde wietteelt. Er is ook een groot deel in de Tweede Kamer die om regulering van de wietteelt vraagt. Het vraagt veel extra inspanningen van de gemeente om dit beleid goed uit te voeren. Wiet is en blijft een verboden middel. Door het wietgebruik tegelijkertijd wel te gedogen wordt door de overheid een dubbele boodschap afgegeven. Met wietteelt door de gemeente zou dat nog erger worden. De ChristenUnie-SGP is een democratische partij en we gaan daarom niet tegen de wetgever in.

Tegen illegale hennepkwekerijen moet hard worden opgetreden. Growshops worden verboden. De ChristenUnie-SGP wil dat de strijd tegen drankmisbruik gevoerd wordt samen met scholen, ouders, verslavingszorg, horeca, politie, sportverenigingen en andere betrokkenen.

Concreet:

  • Een lokaal platform oprichten en in stand houden waarin verschillende maatschappelijke partijen, kerken (diaconieën) en deskundige organisaties (zoals GGD, politie en verslavingszorg) deelnemen;
  • Een integraal verslavingsbeleid vaststellen of actualiseren in samenspraak met het platform en de burgers en de uitvoering via het platform coördineren;
  • Adequaat handhaven, omdat preventie en zorg alleen dan effectief zijn;
  • Wettelijke beperkingen betreffende het roken goed naleven;
  • Zorg dragen voor een sluitende zorgketen om overmatig alcohol- en drugsgebruik terug te dringen en overlast door verslaving, zoals huiselijk geweld e.d. te verminderen;
  • Minimumleeftijd voor de gebruikers van de coffeeshop te verhogen naar 24 jaar. Een minimumleeftijd van 24 jaar is gewenst i.v.m. de ontwikkeling van het brein tot ongeveer die leeftijd.

2.1.7       Asielbeleid

De instroom van vluchtelingen stelt de gemeente voor uitdagingen. Er zal worden gezorgd dat er een plaats is voor vergunninghouders. De ChristenUnie-SGP vindt dat deze nieuwe inwoners door de gemeente serieus moeten worden begeleid. Vrijwilligers kunnen helpen met werk, school en vrijetijdsbesteding. Ook de plaatselijke kerken moeten om zien naar deze inwoners met hun kinderen.
De ChristenUnie-SGP zal zich in de komende periode sterk maken om het integratiebeleid van Statushouders te kantelen naar een snellere en betere inburgering. De ChristenUnie-SGP ondersteunt van harte de veranderde wijze van integreren, zoals dit wordt uitgevoerd onder de naam Impuls, waarbij statushouders sneller naar werk worden geleid.

Concreet:

  • Christelijke barmhartigheid voor vluchtelingen en vergunninghouders;
  • Wij vinden dat statushouders kennis moeten maken met het dorp, zodat men een sociaal netwerk opbouwt, men kennis maakt van onze normen en waarden, gedragsregels en natuurlijk de taal;
  • Meer gebruik maken van vrijwilligers die als taalmaatje of op een andere wijze willen helpen;
  • We zijn voorstander van een stage bij sportverenigingen, het ziekenhuis of bijvoorbeeld de receptie van het stadhuis;
  • Arrangeer gesprekken met Zwijndrechtse bewoners en nieuwkomers.

 (terug naar de inhoudsopgave)   

 2.2      Onderwijs

Onderwijs van goede kwaliteit is van groot belang. De rol van de gemeente Zwijndrecht - het creëren van optimale raadvoorwaarden hiertoe - is beperkt, maar niet onbelangrijk. Immers, zaken als huisvesting, lokaal onderwijsbeleid en leerlingenvervoer vallen onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. De vrijheid van onderwijs is leidend voor het gemeentelijk onderwijsbeleid. We vinden het belangrijk dat ouders moeten kunnen blijven kiezen voor scholen die in het verlengde liggen van de opvoeding thuis.

De school is een belangrijke gespreks- en samenwerkingspartner van de gemeente, bijvoorbeeld bij passend onderwijs, jeugdzorg, leerplicht, het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Ook heeft de school een belangrijke rol in het versterken van de kracht van de samenleving, door de rol die ze heeft als het gaat om burgerschapsvorming en sociale integratie.

We moeten wel constateren dat er steeds meer taken op de school afkomen. Die ontwikkeling vraagt om zorgvuldige afwegingen, ook van de lokale overheid.

2.2.1       Onderwijs en zorg

De ChristenUnie-SGP is van mening dat een goede verstandhouding tussen de verschillende partners (schoolbesturen, directies en gemeente) van groot belang is. Zeker nu de Jeugdzorg is gedecentraliseerd, het Passend Onderwijs is ingevoerd en de doordecentralisatie van de huisvesting (onderhoud) bij het primair onderwijs een feit is. De gemeente en het onderwijs raken elkaar op een aantal vlakken bij de veranderingen in het passend onderwijs en de jeugdzorg. Er ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een samenhangende onderwijs-, ondersteunings- en hulpstructuur voor jongeren. Juist in deze tijden is het belangrijk om geen dingen “dubbelop” te doen. Samen kan er aan gewerkt worden om het beroep op zwaardere en duurdere jeugdzorg en extra doorverwijzingen naar het speciaal onderwijs te voorkomen. Dat betekent een duidelijke visie op het gemeentelijk zorgnetwerk en de plek/rol van de scholen daarin. Daarbij willen wij een aanpak waarbij het gezin centraal staat. Alleen als we het gezin en de omgeving erbij betrekken en zoveel mogelijk verantwoordelijkheid laten nemen, kan een goede oplossing worden gevonden. Een belangrijk aandachtspunt is de rol van identiteitsgebonden scholen en zorginstellingen binnen de samenwerkingsverbanden. Het is wenselijk dat identiteitsgebonden scholen de mogelijkheid krijgen samen te werken en te zorgen voor passend onderwijs en jeugdhulpverlening.

De kennis die bij het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt van het Bureau Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten is over spijbelaars / voortijdige schoolverlaters moet gebruikt worden in het jeugdbeleid. Verzuim en voortijdige schoolverlaten is bijna altijd het teken dat het niet goed gaat met jongeren. Zo kun je als gemeente gericht beleid ontwikkelen voor jongeren die dat echt nodig hebben.

Concreet:

  • Elk bevoegd gezag in het onderwijs wordt als serieuze partner gezien, om samen te komen tot een breed gedragen lokaal onderwijsbeleid, dat afgestemd wordt op de ondersteuningsplannen passend onderwijs;
  • Een integrale aanpak van ondersteuning en zorg realiseren, in en buiten de school;
  • Zich onthouden van actieve inmenging in de inhoud van het onderwijs;
  • In overleg met het onderwijsveld maatregelen nemen ter voorkoming van vroegtijdige schooluitval;
  • Onderwijs en jeugdhulp moeten intensief samenwerken om thuiszitten te voorkomen. Daarbij moet oog zijn voor de complexe problemen;
  • Het leerlingenvervoer adequaat regelen, zodat ouders in staat zijn hun kinderen onderwijs te laten volgen dat aansluit bij de gewenste onderwijsvorm;
  • Stimuleer dat de samenwerking tussen scholen en andere instanties die betrokken zijn bij de zorg voor jongeren (CJG, Jeugdzorg) zoveel mogelijk vanuit één locatie werken. De drempel om advies/hulp te vragen wordt daardoor vaak lager. Stimuleer daarbij een integrale gezinsaanpak;
  • Er is goede begeleiding nodig voor leerlingen die vanuit een instelling terugkeren naar het onderwijs;
  • Burgers mogen bij onderwijs-zorgarrangementen niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. De overheid is een betrouwbare partner en vangnet. De gemeente zorgt vanwege de garantiefunctie van de overheid dat er altijd voldoende passend onderwijs in de openbare scholen beschikbaar is;
  • Zorgaanbieders moeten passen bij de identiteit van leerlingen, ouders en school. Dat geldt niet alleen voor geïndiceerde, maar ook voor kortdurende zorg;
  • Onderwijs en onderzoek is belangrijk om tot een circulaire economie te komen. Net als de verspreiding en uitwisseling van kennis in netwerken. De circulaire economie krijgt ook grote gevolgen voor de arbeidsmarkt. Zwijndrecht stimuleert daarom het opzetten van kennisnetwerken en manieren om kennis uit te wisselen en brengt ook dit thema in om te zorgen voor een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.  

2.2.2       Onderwijshuisvesting

Het gemeentebestuur is verantwoordelijk voor de nieuwbouw, uitbreiding en tijdelijke huisvestingsvoorzieningen, de eerste inrichting, het herstel van constructiefouten, de verzekering en onroerendzaakbelasting. De schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van al het onderhoud en de bouwactiviteiten.

Concreet:

  • Voor elke school moet adequate huisvesting geregeld zijn. Hierin moet de lange termijn duidelijk in het oog worden gehouden. Een dislocatie is een tijdelijke oplossing. Het verdient niet de voorkeur een permanente oplossing te zoeken in dislocaties. Ook als er noodgedwongen sprake is van een dislocatie moet veiligheid de hoogste prioriteit hebben;
  • In het integraal huisvestingsplan (IHP) beschrijven schoolbesturen en gemeenten de huisvestingvoorzieningen die nodig zijn. Daarin wordt ook gezocht naar afstemming op beleid voor leerlingenvervoer en passend onderwijs;
  • Rekening houden met het levensbeschouwelijk karakter en de identiteit van de school bij gebruikmaking van het vorderingsrecht op leegstaande lokalen;
  • Zorg dragen voor kwalitatief goede onderwijshuisvesting, waarbij binnenklimaat, veiligheid en duurzaamheid prioriteit hebben;
  • De onderwijsgebouwen zodanig inrichten, dat tegemoetgekomen kan worden aan een toenemende diversiteit van leerlingen als gevolg van passend onderwijs;
  • Bij onderwijshuisvesting moet aandacht zijn de speelruimte in en rond de school, de duurzaamheid van de gebouwen, de fysieke plek en sociale rol van de school(gebouwen) in de wijk.

2.2.3       Onderwijsachterstand / voorschoolse educatie

De gemeente heeft een sturende en coördinerende rol bij de bestrijding van onderwijsachterstanden en neemt de aanpak hiervan voortvarend ter hand. De ChristenUnie-SGP is van mening dat ook de keuze voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) valt onder de verantwoordelijkheid van de ouders. Ouders moeten de vrijheid én mogelijkheid hebben te kiezen voor een vorm van educatie die aansluit bij hun levensvisie. De ChristenUnie-SGP wil laaggeletterdheid en taalachterstanden effectief aanpakken. Het bevorderen van leesgedrag onder jonge kinderen is hierbij een belangrijk middel.

Concreet:

  • Beschikbare gelden voor voorschoolse educatie en schakelklassen worden ook daadwerkelijk ter beschikking gesteld aan het onderwijsveld;
  • Achterstanden in een zo vroeg mogelijk stadium in kaart brengen, bijvoorbeeld door een goede samenwerking tussen consultatiebureaus, peuterspeelzalen, kinderopvang en scholen;
  • Kinderen die nog niet leerplichtig zijn niet verplichten een bepaalde vorm van onderwijs te volgen;
  • Bij afspraken over resultaten van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) staat de inzet van scholen centraal;
  • Gemeenten schrijven geen leeropbrengsten of didactische middelen, zoals een Citotoets, voor aan scholen. 

2.2.4       Leerlingenvervoer

De ChristenUnie-SGP is voor het behoud van de vergoeding van het leerlingenvervoer voor ouders die hun kinderen naar een school van hun keuze sturen. Uiteraard mag van ouders, naar draagkracht, een eigen bijdrage gevraagd worden. Zo zorgen we ervoor dat keuzevrijheid in het onderwijs, dat zo'n belangrijk onderdeel van de opvoeding is, ook aanwezig is voor minder draagkrachtige ouders.

Concreet:

  • De huidige vergoeding voor het leerlingenvervoer van kinderen naar scholen naar speciaal (basis) onderwijs wordt gehandhaafd;
  • De gemeente stelt zich royaal op en werkt voortvarend mee bij de vergoeding van leerlingenvervoer aan pleegouders. Dat geldt zeker in het kader van een maatregel van kinderbescherming.   

2.2.5       Integrale kindcentra en brede school

Op veel plekken in het land worden IKC’s en brede scholen ontwikkeld. Dit zijn voorzieningen voor kinderen van 0-12 jaar. Een IKC biedt scholen een kans om leerlingen vroeg bij de (identiteit van de) school te betrekken. Ook kunnen ze een goede doorlopende leerlijn bieden. Integrale kindcentra kunnen een goed instrument zijn om onderwijsachterstanden te bestrijden en sociale cohesie te bevorderen.

Concreet:

  • Een Brede School wordt vormgegeven vanuit scholen en/of instellingen. Scholen mogen niet worden gedrongen of gedwongen om zich om te vormen tot een IKC of brede school;
  • De mogelijkheid van een breed zorgnetwerk binnen een Brede School optimaal benutten (consultatiebureau, fysiotherapie, logopedie, enz.).

 (terug naar de inhoudsopgave)  

2.3       Cultuur, sport en recreatie

Mensen hebben de opdracht om de wereld tot ontwikkeling te brengen. Dat wordt in de Bijbel de cultuuropdracht genoemd. De ChristenUnie-SGP ziet als hoofddoel van de cultuuropdracht, zoals de Bijbel ons leert, de eer van God en het welzijn van de naaste. Deze visie geeft ook richting aan de invulling van cultuur, recreatie en sport. Ieder mens heeft gaven en talenten ontvangen om God te eren, anderen te dienen en zichzelf te ontplooien. In dat licht wil de ChristenUnie-SGP ook sport en cultuur beschouwen.

2.3.1       Cultuur

De ChristenUnie-SGP hecht grote waarde aan de beleving van de cultuur. Het stimuleren van sociaal-culturele activiteiten en structuren kan hieraan bijdragen. Primair dienen culturele activiteiten voort te komen uit particulier initiatief, maar de gemeente vervult hierbij een stimulerende en ondersteunende rol. Kunstuitingen in de publieke ruimte moeten in overeenstemming zijn met de Bijbelse cultuuropdracht.

Concreet:

  • Actieve of passieve deelname aan kunst en cultuur voor alle inwoners bevorderen;
  • Scholieren in aanraking brengen met diverse cultuurvormen; hierbij wel rekening houden met de identiteit van de scholen;
  • Beeldende kunst in de openbare ruimte als uitingsvorm van identiteit en cultuur(beleving) stimuleren en realiseren;
  • Er wordt ruim aandacht geschonken aan voorlichting aan minima zodat regelingen optimaal benut worden om cultuurdeelname mogelijk te maken;
  • De gemeente exposeert haar eigen verzameling en werkt mee aan uitlening bij bepaalde gelegenheden;
  • Zwijndrechtse verenigingen betrekken bij het onderwijs. Hierbij kan gedacht worden aan de muzieklessen en dergelijke.   

2.3.2       Cultuurhistorie

Naast cultuurbeleving is ook waardering van de cultuurhistorie erg belangrijk. De geschiedenis hangt uiteraard nauw samen met de lokale identiteit. Wij maken ons sterk voor het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden. De gemeente schept mogelijkheden, ordent en beschermt.

Concreet:

  • Cultuurhistorische waarden, zoals monumenten, behouden en deze op de kaart zetten;
  • Oudheidkamer de Vergulde Swaen en de Historische Vereniging Zwijndrecht als dragers van de lokale geschiedenis steunen;
  • Cultuurhistorisch erfgoed wordt behouden door middel van herbestemming. Te denken valt aan De Rank aan de Lindelaan of De Toorts aan de Frans Halsstraat;
  • In karakteristieke en authentieke wijken en straten wordt gebouwd met oog voor de geschiedenis;
  • De historische aanblik van het Veerplein moet worden behouden.

2.3.3       Bibliotheek

De ChristenUnie-SGP streeft in deze tijd van de beeldcultuur de bevordering van de leescultuur onder jong en oud na. De openbare bibliotheek vervult hierbij een belangrijke functie. Zeker ook in het huidige tijdperk als ‘informatiemakelaar’.

Concreet:

  • Zorgen voor een moderne, toegankelijke bibliotheek met bijbehorende maatschappelijke voorzieningen;
  • De bibliotheek is zo optimaal mogelijk bereikbaar;
  • Wij zien de bibliotheek ook als centrum voor maatschappelijke activiteiten zoals Taalmaatje en Voorleespunt;
  • Bij samenstelling en uitbreiding van het assortiment is er aandacht voor verschillende doelgroepen, zoals laaggeletterden, en verschillende levensovertuigingen binnen de gemeente;
  • De samenwerking van de bibliotheek met de scholen is essentieel;
  • Bibliotheekpas wordt gratis ter beschikking gesteld voor laaggeletterden. Beter leren lezen en schrijven helpt mensen om een betere plek in de maatschappij te krijgen, zelfredzamer te worden en meer zelfvertrouwen te ontwikkelen.  

2.3.4       Recreatie

De hoge woningdichtheid en veeleisende arbeidsomstandigheden veroorzaken behoefte aan ontspanning. De ChristenUnie-SGP wil daarom bijdragen aan verantwoorde recreatie. De gemeentelijke taak bestaat vooral in het scheppen van goede randvoorwaarden.

Concreet:

  • Zorgen voor een goed voorzieningenniveau voor verenigingen;
  • Recreatievoorzieningen die passen bij het karakter van de gemeente;
  • Behouden van recreatieterreinen, zoals natuur- en groengebieden;
  • Verbeteren en in stand houden van aantrekkelijke fiets- en wandelroutes;
  • In het Buitengebied is ruimte voor groen (agrarische bedrijven, bos en weide) en recreatie.
  • Zorgdragen voor goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van de recreatiegebieden;
  • Het Develpark ontwikkelen tot een functioneel stadspark.    

2.3.5       Evenementen

Evenementen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de levendigheid van de gemeente. De ChristenUnie-SGP staat open voor gezellige activiteiten die de sociale cohesie bevorderen. Wel zijn duidelijke spelregels nodig, onder andere om overlast voor omwonenden te voorkomen.

Concreet:

  • De eindtijd voor geluidsoverlast bij buitenevenementen voor middernacht stellen.
  • Geen vergunningen verlenen voor evenementen met een verhoogd risico op drugsgebruik, overmatig alcoholgebruik en activiteiten die in strijd zijn met de goede zeden;
  • Geen vergunningen afgeven voor evenementen op zondag, wanneer deze het houden van kerkdiensten bemoeilijken. Wij pleiten ervoor om evenementen op andere dagen, dan de zondag, te organiseren;
  • Oog hebben voor het aanbod in de regio om daarmee te voorkomen dat er veel van hetzelfde is;
  • De herontwikkeling van het Veerplein. Hierbij moet nadrukkelijk oog zijn voor historie en passende horeca. De aanleg van een kleine passantensteiger bij het Veerplein kan een mooie optie zijn om onze unieke ligging ten opzichte van Dordrecht te tonen en een impuls te geven aan de lokale horeca en economie.   

2.3.6       Recreatieve sport

Recreatieve sport kan een positieve bijdrage leveren aan de vorming en gezondheid van de jeugd, aan de volksgezondheid in z’n algemeenheid en aan sociale verbanden. Veel vrijwilligers zijn op dit terrein actief, en ook ouders tonen vaak grote betrokkenheid.

De ChristenUnie-SGP onderkent de positieve aspecten van sport en wil deze ondersteunen door als gemeente voldoende faciliteiten en accommodaties te bieden. Ouderen en gehandicapten verdienen extra aandacht; niet alleen in het mogelijk maken van sport en beweging, maar ook in het bevorderen van sociale contacten.

Een stad van 45.000 inwoners behoeft een voldoende functionele zwemvoorziening. Zwijndrecht kent een grote hoeveelheid tijdsbestedingen van haar inwoners, activiteiten, niet in de laatste plaats gerelateerd aan een goed ingerichte zwemvoorziening. We nemen dan ook onze politieke verantwoordelijkheid om in een zo maximaal mogelijke balans tussen baten en lasten de weg te zoeken met alle betrokken partners om te komen tot de inrichting van een dergelijke voorziening. Ook speerpunten als JOGG maken het wenselijk om deze weg in te slaan. De tijd dringt, de bestaande voorziening de Hooge Devel is al jaren niet meer toekomstbestendig.

Concreet:

  • Door kennismakingsprogramma’s voor sport leerlingen stimuleren tot meer bewegen;
  • Bij deze kennismakingsprogramma’s ook aandacht besteden aan ‘fair play’: het stimuleren van sportief gedrag en het ontmoedigen van sportverdwazing;
  • Breedtesport mogelijk maken door het behouden of realiseren van goede faciliteiten en duurzame accommodaties;
  • Zorgdragen dat het sportaanbod toegankelijk blijft voor ouderen en gehandicapten;
  • Alcohol, roken en sport gaan niet samen. Het alcoholgebruik in sportkantines tijdens en aansluitend aan sportactiviteiten wordt ontmoedigd;
  • Wij bevorderen actief het sporten, waarbij wordt ingezet op sporten op andere dagen dan de zondag;
  • Het accommodatiebeleid wordt afgestemd met omliggende gemeenten om na te gaan waar we elkaar kunnen versterken en waar we elkaar niet moeten beconcurreren;
  • Er wordt ruim aandacht geschonken aan voorlichting aan minima zodat regelingen optimaal benut worden om sportdeelname mogelijk te maken.

(terug naar de inhoudsopgave)   

3      Duurzaam werken en wonen

3.1      Werk en inkomen

Werken is waardevol. Niet alleen voor het inkomen, maar ook voor contacten. Maar wie niet kan werken, verdient ondersteuning van de overheid die zorgt voor haar burgers. Wij vinden dat niemand aan zijn/haar lot mag worden overgelaten. Zowel van overheid als samenleving wordt extra zorg en aandacht gevraagd voor de (tijdelijk) kwetsbare burgers.

De ChristenUnie-SGP zet zich in voor een samenleving waarin iedereen kan meedoen op een manier die zo goed mogelijk aansluit bij zijn/haar talenten. Waarin het voor de gemeente, bedrijven en andere organisaties en instellingen vanzelfsprekend is dat ook mensen met beperkingen de mogelijkheid wordt geboden om hun talenten in te zetten en die dit ook laten zien door deze mensen in dienst te nemen, bijvoorbeeld door hun een leer-werkstage aan te bieden. 

Een sterke economie is een randvoorwaarde en een middel om andere doelen te realiseren. De ChristenUnie-SGP zet zich daarom in voor meer ruimte, minder regels en meer kansen voor ondernemers, juist ook in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Wij vinden het ook van belang om ondernemers te steunen bij een tijdelijk financieel lastige periode. Voor ons is de economie geen doel maar een middel. De economie is nodig om in ons levensonderhoud te voorzien. Vanuit het Bijbels perspectief van rentmeesterschap is het onze verantwoordelijkheid om de schepping niet te laten lijden onder onze drang naar welvaart.

Concreet:

  • Economische resultaten worden bij voorkeur met circulaire middelen behaald;
  • In het aanbestedingsbeleid van de gemeente wordt er veel waarde gehecht aan duurzaamheid en de circulaire economie.

3.1.1      Zondagsrust

Elke gemeente mag zelf bepalen hoeveel koopzondagen er zijn. Een gezamenlijk rustmoment wordt steeds meer gemist. Het is vanuit sociale motieven en uit oogpunt van welzijn/gezondheid van belang om wekelijks te rusten. Vanuit onze christelijke levensovertuiging is de zondag de daarvoor aangewezen dag. Een dag waarop de mens niet moet, maar vooral ook mág rusten. Een uitgerust mens produceert en functioneert beter. Daar komt bij dat vooral de grotere winkelketens op zondag opengaan, wat veelal ten koste gaat van ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf. Veel kleine zelfstandigen zullen het daardoor extra moeilijk krijgen. Om te overleven wordt hun de keuzevrijheid om één dag in de week te sluiten ontnomen. De ChristenUnie-SGP zet zich daarom in voor het zoveel mogelijk beperken van het aantal koopzondagen.

Concreet:

  • Geen 24-uurs economie;
  • Geen uitbreiding van de koopzondagen;
  • Bescherming van kleine winkeliers en werknemers die in de problemen komen door winkelopenstelling op zondag;
  • In Zwijndrecht zullen ondernemers altijd de vrijheid hebben om te besluiten om hun winkel op zondag gesloten te houden. Een ondernemer mag niet beboet worden als men op zondag wenst dicht te blijven.  

3.1.2      Werk!

De ChristenUnie-SGP wil economische activiteiten stimuleren, maar trekt daarbij ook grenzen. Werk is geen doel in zichzelf, maar richt zich op de bijdrage aan de maatschappij en het verwerven van inkomen. Het vraagt om een betrokken samenwerking tussen gemeenten en bedrijfsleven. De economie ontwikkelt zich razendsnel. Het is daarom belangrijk om niet vast te blijven houden aan de structuren van het heden en het verleden. We moeten op tijd de bakens verzetten en nieuwe ontwikkelingen volgen. Voorbeelden daarvan zijn, nieuwe vormen van energie, de overgang naar een meer circulaire economie en vraaggericht 3Dprinten. Het is belangrijk dat de lokale economie zich vroegtijdig bezint op deze ‘derde industriële revolutie’. Tegelijkertijd wordt de economie niet alleen globaler, maar ook regionaal. Daarom is belangrijk om regionaal afgestemd beleid te hebben, waarmee op deze ontwikkelingen kan worden ingespeeld.

Concreet:

  • Een goede relatie gemeente-ondernemers nastreven;
  • Innovatie stimuleren;
  • Toekomstgerichte innovatieve bedrijven aantrekken door een regionaal samenhangend beleid;
  • Het MKB verder versterken door bijvoorbeeld duidelijke contactpersonen (bedrijvenloket) te hanteren en het MKB te betrekken bij beleid;
  • Een goed en effectief overlegplatform blijven hanteren dat bestaat uit een vertegenwoordiging van het bedrijfsleven en het gemeentelijk bestuur, om daarmee het bedrijfsleven optimaal te betrekken bij het bestuur van de gemeente Zwijndrecht en het bedrijfsleven voldoende kansen te bieden om zich te ontwikkelen en te excelleren. Een overlegorgaan dat gesprekspartner is voor een sterke economische agenda. Een platform waar de ondernemers kunnen aangeven wat hun belemmert in hun functioneren, maar ook wat zij kunnen bijdragen aan een goede samenleving;
  • Het Economisch Programma blijft een leidend document voor de samenwerking tussen bedrijfsleven en overheid, waarbij vrijblijvendheden zoveel als mogelijk worden uitgesloten. Overheid en bedrijfsleven zeggen wat ze doen en doen wat ze zeggen;
  • Industriegebieden revitaliseren, waarbij ruimtelijke keuzes gemaakt moeten worden met oog voor een goede balans tussen economie, milieu en werkgelegenheid;
  • De gemeentelijke administratieve lasten voor ondernemers beperken;
  • Niets is voor het midden- en kleinbedrijf zo hinderlijk als een opgebroken straat. De gemeente zorgt ervoor dat eventuele overlast zo kort mogelijk duurt en dat werkzaamheden aan riolering en andere leidingen zoveel mogelijk gecombineerd worden.   

3.1.3       Geen werk?

De ChristenUnie-SGP heeft een groot hart voor mensen die door omstandigheden niet kunnen werken. Mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt (langdurig werklozen, gehandicapten, bijstandsgerechtigden) worden door de gemeente actief geholpen. Daarbij werkt de gemeente nauw samen met werkgevers in de gemeente en in de regio. De ChristenUnie-SGP houdt oog voor mensen die door omstandigheden niet in staat zijn om aan het arbeidsproces deel te nemen. Als werken onmogelijk is of als er geen werk te vinden is, moet de gemeente in een inkomen voorzien. Een uitkering is dus een vangnet, geen hangmat.

Burgers die van een wettelijk sociaal minimum moeten rondkomen, hebben het zwaar. Zij kunnen bij de ChristenUnie-SGP rekenen op een ruimhartig minimabeleid. De ChristenUnie-SGP wil alle wettelijke mogelijkheden maximaal benutten. Overbodige lokale tegemoetkomingen moeten worden teruggedrongen. Burgers moeten niet zo door allerlei regelingen gevangen worden gehouden in een uitkering omdat werken financieel minder aantrekkelijk is dan een uitkering.

 Concreet:

  • De instroom in de bijstand beperken (strenge poortwachter);
  • De jeugdwerkloosheid moet, in samenwerking met het bedrijfsleven, actief worden aangepakt;
  • Met bedrijven afspraken maken over het re-integreren op de werkvloer, werk, leer- en stageplaatsen;
  • De positie van de (oude) WSW-ers dient in het oog te worden gehouden en waar nodig te worden beschermd. De talenten van (kwetsbare) mensen dienen centraal te staan en dus niet hun beperkingen;
  • Bij inkopen en aanbestedingen ‘social return’ opnemen als contractvoorwaarden. Dit betekent dat bij de uitvoering van de opdracht ook mensen moeten worden ingezet met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt;
  • De gemeente stelt zich open voor meerdere aanbieders van re-integratietrajecten;
  • Strikter toezien op niet naleving van arbeids- en re-integratieverplichtingen;
  • Individuele ontheffingen van de arbeidsplicht verlenen voor mensen die door omstandigheden niet in staat zijn aan het arbeidsproces deel te nemen (zoals alleenstaande ouders met jonge kinderen of mensen met een zieke partner);
  • Voor die groep mensen waarvoor, gelet op hun beperkingen, deelname aan het arbeidsproces niet mogelijk is, dient zinvolle dagbesteding aanwezig te zijn;
  • Ons uitgangspunt is dat mensen die een beschutte werkplek nodig hebben, die ook moeten kunnen krijgen.   

3.1.4       Financiële ondersteuning

Wie niet kan werken, verdient financiële ondersteuning. De gemeente moet zich houden aan landelijke richtlijnen, maar kan ook zelf iets doen. De ChristenUnie-SGP voert een pleidooi om alle wettelijke mogelijkheden te benutten. Inkomensondersteunende maatregelen zijn er voor burgers die een inkomen hebben tot 110% van het sociaal minimum, zoals de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen.

Concreet:

  • Verlening van bijzondere bijstand. Bij de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) moet een cultuur bestaan die de menselijke maat prevaleert boven een te stringente handhaving van de regels;
  • Gezinnen die moeten rondkomen van een minimum inkomen en waar jonge kinderen van uitmaken extra aandacht geven;
  • Samenwerkingsrelaties met andere instellingen op het vlak van armoedebestrijding, zoals diaconieën de voedselbank en de kledingbank, beter benutten;
  • Fraude met uitkering actief bestrijden;
  • Gemeenten moeten een ruimhartig minimabeleid hebben. Actieve armoedebestrijding, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, ruimhartige verlening van bijzondere bijstand en ziektekostenverzekering voor minima behoren tot de mogelijkheden;
  • Alle regelingen, zoals het persoonlijk minimabudget en dergelijke, moeten goed bekend zijn bij de doelgroep;
  • Maatschappelijke organisaties die actief zijn op het gebied van armoedebestrijding en eenzaamheid verdienen ondersteuning. Voorbeelden daarvan zijn de Voedselbank, Kledingbank, sociale fondsen, het repaircafé, stichting Present, stichting Schuldhulpmaatje, de NPV, het Leger des Heils en Vluchtelingenwerk;
  • Een armoedeval moet worden voorkomen door werken financieel aantrekkelijker te laten zijn dan een uitkering..   

3.1.5       Schuldhulpverlening

Mensen kunnen ongewenst in financiële problemen komen. Schuldhulpverlening is een gemeentelijke taak, maar binnen de Drechtsteden is de Sociale Dienst Drechtsteden verantwoordelijk voor de Schuldhulpverlening. De kwaliteit van de Schuldhulpverlening dient te zijn gewaarborgd. De ChristenUnie-SGP vindt dat voorkomen beter is dan genezen.

Concreet:

  • Met hulpverleners afspraken maken over het vroegsignaleren;
  • Gerichte budgetvoorlichting geven;
  • Burgers die onvoldoende financieel besef tonen begeleiden;
  • Verschil maken tussen schulden en schulden: wie zelf verantwoordelijk is voor zijn schuld moet anders ‘aangepakt’ worden dan wie er niets aan kan doen;
  • Bij dreigende huisuitzetting van gezinnen met kinderen met voorrang een schuldhulpverleningstraject starten;
  • Er mogen geen lange wachttijden bestaan voor de schuldhulpverlening. Concreet wordt in de verordening vastgelegd dat iemand binnen twee weken bij de schuldhulpverlening terecht kan en dat er vervolgens zo snel mogelijk wordt gewerkt aan een oplossing, o.a. om te voorkomen dat schulden zich verder opstapelen. Stichting Urgente Noden Drechtsteden, die de tussenliggende periode kan overbruggen blijft onze steun houden;
  • Overgang van armoede van ouders op kinderen moet worden voorkomen. Daarom is extra aandacht nodig voor (gezinnen met) kinderen die langdurig een uitkering ontvangen. Het mag niet zo zijn dat kinderen daardoor hun talenten niet kunnen ontwikkelen of zich niet kunnen ontspannen.

De ChristenUnie-SGP laat er geen misverstand over bestaan: wie misbruik maakt van de regelingen moet passend gestraft worden en dient terug te betalen. Hierbij dient echter wel rekening gehouden te worden met eventueel aanwezige kinderen in het gezin. Zij mogen niet de dupe worden van opgelegde sancties.

(terug naar de inhoudsopgave)  

3.2       Ruimtelijke ordening en goed wonen

      

3.2.1       Ruimtelijk beleid

Het ruimtelijk beleid moet mede ten dienste staan van de opdracht aan de mensen om als rentmeester de aarde op een verantwoorde wijze te ontwikkelen en te beheren. Ruimte is een schaars goed. Keuzes die we nu maken, hebben gevolgen voor de leefomgeving van toekomstige generaties. De gemeente heeft hierin een belangrijke regierol. Daarbij gaat het om een verantwoorde en duurzame indeling van de openbare ruimte, in het besef dat er grenzen aan de groei zijn.

Concreet:

Wonen

  • Bij nieuwbouw van bedrijven en woningen eerst kijken naar herontwikkeling, revitalisering en gerichte sloop en nieuwbouw boven uitbreiding;
  • Er is behoefte aan meer woningen gezien de autonome groei van de Zwijndrechtse en regionale bevolking. In Zwijndrecht zou dit moeten resulteren in meer woningen in het midden- en hoogsegment, aangezien hier behoefte aan is en er zeer veel sociale woningbouw in Zwijndrecht is;
  • Ons te ontwikkelen woningaanbod moet maximaal gericht zijn op de toekomstige behoefte van onze inwoners. Zwijndrecht vergrijst, senioren woningen, kangoeroewoningen (waardoor ouders bij kinderen kunnen gaan wonen) en dergelijke moeten in de toekomst worden gerealiseerd;
  • De ChristenUnie-SGP is sterk voorstander van herstructureringsprojecten van bestaande – vaak zwakkere - woonwijken, wanneer deze noodzakelijk aan verbetering toe zijn;
  • De rivieren hebben binnen de Drechtsteden een verbindende functie. De ChristenUnie-SGP is voorstander van woningbouw aan de oevers in een groene setting en van toegankelijke oevers voor iedereen.

Werken

  • De watergebonden bedrijvigheid moet geconcentreerd zijn op bestaande locaties langs de Oude Maas en zo nodig worden geherstructureerd;
  • De ChristenUnie-SGP zich in voor het behoud van specifieke (maritieme) industriële activiteiten binnen de regio;
  • Initiatieven voor substantiële uitbreiding van detailhandel moeten binnen de regio worden afgestemd. Dit geldt zeker als het gaat om grootschalige detailhandel aan de randen van het stedelijk gebied. Voorkomen moet worden dat de huidige winkelcentra, die belangrijk zijn voor onze burgers, noodlijdend worden. Dit geldt zeker voor ongewenste uitbreiding van winkelcentra, waarbij andere centra onder druk komen te staan. Ook de opkomst van internetwinkelen zal het draagvlak voor de plaatselijke detailhandel verminderen;
  • De winkelcentra en winkelstrips staan onder druk vanwege diverse ontwikkelingen in de maatschappij. In de komende periode zal duidelijk moeten worden welke strategie gehanteerd moet worden. Het lijkt onontkoombaar dat geherstructureerd zal moeten worden;
  • De kantorenstrategie dient er op gericht te zijn om het aanbod in goede verhouding te brengen of te houden t.o.v. de (verwachte) vraag. De lokale gemeenten in de regio beheersen (gezamenlijk) de plancapaciteit (nieuwbouw). De bestaande voorraad, inclusief de leegstand, is een primaire verantwoordelijkheid van de markt. De gemeente zal initiatieven die leiden tot minder leegstand of tot andere gebruiksmogelijkheden waar mogelijk ondersteunen, zoals Vierdrecht 3;
  • Werken aan huis moet binnen vastgestelde randvoorwaarden mogelijk zijn. Overlast moet worden vermeden..

Voorzieningen                                                                                     

  • Het voorzieningenniveau (onderwijs, winkelcentra, sportvoorzieningen etc.) moet op een voldoende niveau blijven en goed bereikbaar zijn. Bijzondere aandacht is er voor jongeren en de toenemende groep ouderen. Bij herinrichting van bestaande wijken en in nieuwbouwwijken moet dit aspect aandacht krijgen;
  • Het kleinschalige dorpse karakter van Heerjansdam en de bijbehorende voorzieningen willen we behouden.

Water

  • Binnen de wijken moet er voldoende waterberging en kwalitatief goed oppervlaktewater zijn;
  • De mogelijkheid voor subsidie bieden als het hemelwater afgekoppeld wordt, de zogenaamde afkoppelsubsidie. Huiseigenaren krijgen een vergoeding om hun hemelwater niet langer op het gemengde rioolstelsel te lozen ofwel om af te koppelen door middel van bijvoorbeeld infiltratiekratten.

Groen

  • De ChristenUnie-SGP wil dat Zwijndrecht een groene gemeente blijft;
  • Het niet gebruiken van chemische onkruidverdelgers mag niet leiden tot vermindering van de kwaliteit van de buitenruimte;
  • Er moet voldoende speelruimte zijn voor onze kinderen.   

3.2.2       Omgevingswet

In de toekomst zal de Omgevingswet worden ingevoerd. Die biedt een kans om lokale beleidsruimte te ontwikkelen. Initiatiefnemers moeten meer verantwoordelijkheid krijgen om draagvlak voor nieuwe bouwontwikkelingen te vinden. Bij grootschalige ontwikkelingen vindt de ChristenUnie-SGP regionale samenwerking een voorwaarde. Wij willen als rentmeesters altijd zuinig omgaan met de open ruimte.

Concreet:

  • De omgevingsvisie moet snel worden opgesteld, maar ook na de invoering van de Omgevingswet actueel gehouden worden;
  • De uitbreiding van bedrijventerreinen is in principe niet aan de orde, maar er wordt ingezet op revitalisering van bestaande terreinen.   

3.2.3       Structuurvisie (wordt omgevingsvisie)

De ChristenUnie-SGP is van mening dat de vraagstukken op het gebied van Ruimtelijke Ordening de gemeentelijke reikwijdte vaak overschrijden. Gezien de complexiteit van ons leefgebied in de Drechtsteden, vraagt dit een doordenking op regioniveau.

Concreet:

  • De ChristenUnie-SGP pleit voor een integrale langetermijnvisie in de omgevingsvisie die uiterlijk in 2019 ingevoerd moet zijn. Hierin moeten volkshuisvesting, voorzieningen, werkgelegenheid, gezondheid, water, groen en recreatie afgewogen in beeld worden gebracht.

3.2.4       Bestemmingsplannen (wordt op termijn omgevingsplannen)

Het bestemmingsplan legt de vormgeving van de ruimte vast, nu en in de nabije toekomst. Een goede afstemming met de provinciale omgevingsvisie, met direct betrokkenen en belangenorganisaties zal het noodzakelijke draagvlak creëren en het proces versnellen.

Concreet:

  • Herziening van bestemmingsplannen gebeurt eens per tien jaar. Hierbij zal de nieuwe omgevingswet worden meegenomen en worden toegepast;
  • Bestemmingen voor nieuwe ontwikkelingen maken we flexibel. Zo nodig durven we af te wijken om in te kunnen spelen op de vraag uit de samenleving.   

3.2.5       Welstandsbeleid

De welstandsnota schrijft voor waaraan bouwactiviteiten getoetst worden en is medebepalend voor de beleving van de openbare ruimte. De ChristenUnie-SGP vindt dat ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen bij de woon- en leefomgeving. Beeldbepalende bouwwerken, monumenten en de inrichting van het (cultuur)landschap geven karakter aan de gemeente.

Concreet:

  • In het welstandsbeleid willen we onnodige beperkingen voor burgers, kerken, instellingen en bedrijven voorkomen. We passen sneltoetsciteria zonder welstandscommissie toe voor eenvoudige bouwaanvragen;
  • De welstandscommissie laten we voortbestaan, omdat de commissie een belangrijke rol vervult bij het behalen van kwaliteitsdoelstellingen;
  • Wij willen dat er voor nieuwe ontwikkelingen beeldkwaliteitplannen worden opgesteld. 

3.2.6       Woningbouw en leefmilieu

Een aantrekkelijke gemeente kenmerkt zich door variatie in woon- en leefmilieus. Woningzoekenden moeten een passende woning kunnen vinden. Wij willen dit bereiken door vraaggericht in plaats van aanbodgericht te bouwen. In de Woonvisie is het woningbouwbeleid geformuleerd. Er moet evenwicht te zijn om alle doelgroepen te kunnen laten wonen. Afstemming met de omliggende gemeenten is belangrijk. Demografische ontwikkelingen houden namelijk niet op bij de gemeentegrenzen. We weten dat Zwijndrecht veel sociale huurwoningen heeft. In de regionale woonvisie is afgesproken dat dit beter verdeeld moet worden met omliggende gemeentes. De gemeente Zwijndrecht kent goedkopere woningen en een beperkt aantal woningen in het duurdere segment. De vraag naar het midden- en hoogsegment is aanwezig. Als gemeente moeten we aan deze vraag gaan voldoen, want we merken dat er veel hoger opgeleide inwoners vertrekken naar andere gemeenten. Diversiteit en bereikbaarheid en betaalbaarheid van woningen moeten in balans worden gebracht. Ook nieuwe woonvormen verdienen de aandacht omdat de woonwensen van inwoners kunnen veranderen.

De bestaande koop- en huurwoningen moeten worden verduurzaamd. Nieuwe woningen moeten energieneutraal worden gebouwd. Leegstaande kantoren krijgen een herbestemming als woonruimtes.

Concreet:

  • De ChristenUnie-SGP wil samen met de wijkplatforms en andere partners investeren in de leefbaarheid, de vitaliteit en vernieuwing van de woonwijken. Wij willen maatwerk leveren en daarom gebiedsgericht werken stimuleren op basis van gezamenlijk op te stellen wijkvisies;
  • We willen regionale en lokale volkshuisvestingsplannen opstellen en uitvoeren. De gemeente en de corporaties maken voor de korte en de lange termijn prestatieafspraken over hun gezamenlijke inspanningen voor het gemeentelijke woningbestand en in het kader van buurt- en wijkbeheer;
  • Woningen die gebouwd worden, moeten voldoen aan de criteria die binnen de regio zijn afgesproken. Het toevoegen van woningen voor midden en hogere inkomensgroepen heeft de voorkeur. De Drechtsteden heeft relatief weinig woningen voor deze doelgroep. Dit geldt zeker voor Zwijndrecht. Deze inkomensgroep is belangrijk voor het vergroten van het draagvlak van het voorzieningenniveau;
  • Een goede aanpak om de bestaande koop- en huurwoningen duurzamer te maken is noodzakelijk;
  • De ontwikkeling van mantelzorgwoningen wordt ondersteund, er is een redelijke toets op de zorgbehoefte van betrokkenen;
  • Er moet gezorgd worden dat er voor alle inkomensgroepen voldoende woningen beschikbaar zijn. We denken daarbij ook aan starters en de groeiende groep senioren. In alle gevallen zal de vraag in de markt leidend zijn voor het creëren van nieuw aanbod;
  • Leegstaande kantoren krijgen een herbestemming als woonruimtes;
  • De mogelijkheid van mantelzorg willen we in samenhang met andere belangen zo veel mogelijk regelen in bestemmingsplannen;
  • Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen willen we duurzaamheid bevorderen;
  • Nieuwe woningen moeten energieneutraal worden gebouwd;
  • De ontwikkeling van een warmtenet heeft absolute topprioriteit. Hiermee kunnen we op tijd afstand nemen van het gasnet;
  • De opgave vanuit den Haag om te bouwen “van gas los”, omarmen wij. Vooral bij nieuwe projecten zullen wij ervoor strijden om dit toe te passen;
  • Riothermie is ook een bron van warmte die ten nutte kan worden gemaakt. Onderzoek zal in de komende periode moeten leiden tot daadwerkelijke toepassing;
  • Geothermie biedt veel mogelijkheden in onze gemeente. Wij willen vroegtijdig aanhaken op deze ontwikkeling, om zo spoedig mogelijk onze klimaatdoelstellingen te verwezenlijken.   

3.2.7       Projecten

De ChristenUnie-SGP wil zich inzetten voor goede, veilige woonwijken en voor hoogwaardige voorzieningen die goed bereikbaar zijn. Wanneer de economische situatie dat toelaat willen wij daarvoor projecten uitvoeren.

Concreet:

  • Projecten die gestart zijn, zoals Euryza willen we afmaken. Het knippen, faseren of kleiner maken van projecten kan zorgen voor een grotere kans op realisatie;
  • Er zal hernieuwde inzet plaatsvinden om te ontwikkelen op bijvoorbeeld de oude brandweerlocatie en op het Van Yperenterrein;
  • Zwijndrecht is samen met Hendrik-Ido-Ambacht risicodragende partner bij de realisatie van het plan De Volgerlanden op het grondgebied van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. De Volgerlanden dient een nieuwbouwwijk te worden met een goede kwaliteit, waar veel regiobewoners plezierig kunnen wonen. Het plan voorziet voor een niet onbelangrijk deel in de behoefte van de regionale sociale woningbouw. Wel wil de ChristenUnie-SGP dat er veel inspanning blijft om de tekorten op de grondexploitatie zoveel als mogelijk is te beperken of zelfs volledig te voorkomen.   

3.2.8       Het buitengebied

Het buitengebied tussen Zwijndrecht en Heerjansdam willen wij groen houden. Wij pleiten er daarom voor de bestaande groene en rode contouren te handhaven.

Concreet:

  • In het Buitengebied is ruimte voor groen (agrarische bedrijven, bos en weide) en recreatie (intensieve recreatie alleen aan de rand);
  • Als er al nieuwbouw in het buitengebied komt, dient dat onder strikte voorwaarden te gebeuren: we willen geen substantiële toename van het bebouwde oppervlak;
  • Nieuwe plannen moeten een aantoonbare bijdrage leveren aan het groene karakter van het buitengebied;
  • De instandhouding van de bestaande recreatieve inrichting met onder andere nieuwe bosgebieden, moet voortvarend worden opgepakt en worden voortgezet.

 (terug naar de inhoudsopgave)  

3.3       Leefomgeving

Wij behoren zorgvuldig om te gaan met de natuur. Gods goede schepping moeten we verantwoord ontwikkelen en onderhouden. Een schoon milieu, waaronder ook het openbaar groen en het water valt, moet onze aandacht hebben. Hier geldt het rentmeesterschap bij uitstek. Hoofdlijnen zijn bijvoorbeeld het investeren in duurzame energiebronnen en het duurzaam inrichten van de (leef)omgeving. Dit kan onder andere door het realiseren van een duurzaamheidsplan.  

3.3.1       Groen

Het groen - bomen, struiken, parken en perken - bevordert de leefbaarheid van de gemeente. Het gericht inzetten van beplanting maakt het mogelijk om de geluidsoverlast te beperken en de luchtkwaliteit te verbeteren. De ChristenUnie-SGP vindt een kwaliteitsniveau belangrijk, ook omdat groen sterk beeldbepalend is. Bij de inrichting van de openbare ruimte worden de aspecten van verkeersveiligheid en sociale veiligheid in voldoende mate meegenomen, zodat onoverzichtelijke en onveilige situaties worden voorkomen.

Concreet:

  • Inventariseren en beschermen van beeldbepalend groen;
  • Door een groenplan voorzien in het planten en onderhouden van een brede variatie in bomen en planten;
  • Het groenonderhoud op begraafplaatsen moet beter worden onderhouden. Het onderhoud is op sommige momenten in het jaar slecht. In de komende periode zal een stimulans gegeven moeten worden aan het groenbeheer. Daarbij zijn de grindpaden slecht te onderhouden plekken in verband met het vele onkruid en tevens slecht toegankelijk voor mindervaliden. We zullen moeten komen met een goed alternatief om de begraafplaatsen voor de toekomst onderhoudsarm te maken;
  • Parken en groenstroken op een acceptabel niveau onderhouden;
  • Solitaire objecten en bedrijventerreinen goed landschappelijk inpassen (parkmanagement);
  • Aandacht hebben voor de veiligheid(sbeleving) van burgers bij de inrichting van groenstroken;
  • De toepassingsmogelijkheden van integraal technisch groen inventariseren, o.a. het plaatsen van bomen, struiken en groenwallen om daarmee het fijnstof te reduceren en tevens een groene, prettige leefomgeving te creëren;
  • Burgers, bedrijven en andere partijen worden betrokken bij het (tijdelijke)alternatieve gebruik van braakliggende gronden. Te denken valt aan volkstuinen, inzaaien met bijenvriendelijk bloemenmengsel en dergelijke;
  • Het is belangrijk om te weten waar ons eten vandaan komt. Stadslandbouw is daar een goed idee voor. Het verlevendigt de gemeente, brengt onze voedselproductie dichter bij huis en maakt de openbare ruimte groener en leefbaarder. De gemeente geeft aan welke gronden er geschikt zijn om (tijdelijk) een stadsakker te beginnen. 

3.3.2       Water

Water wordt een steeds belangrijker onderwerp voor het gemeentelijk beleid. De overheid is verplicht een Waterplan op te stellen. Watersystemen en problemen van wateroverlast of verdroging houden doorgaans niet op bij een gemeentegrens. De ChristenUnie-SGP is daarom van mening dat overleg met het waterschap en andere gemeenten noodzakelijk is.

Concreet:

  • Het grond- en oppervlaktewater zuiver houden;
  • De gemeentelijke riolering op een goed niveau brengen en houden;
  • De belevingswaarde van water in de omgeving en van wonen aan het water recht doen;
  • Uitvoering geven aan het Waterplan;
  • Waterretenties realiseren om wateroverlast door zware regenval en/of kwelwater te voorkomen;
  • Burgers ontvangen subsidie om bij reconstructies van tuinen infiltratiekratten in de grond te plaatsen. Hiermee wordt het hemelwater, daar waar het valt, vastgehouden en langzaam in de bodem opgenomen;
  • Een structurele oplossing realiseren voor de hoogwaterproblematiek bij het Veerplein. Zandzakken kunnen worden gebruikt als tijdelijke oplossing bij extremen, maar dit kan geen structurele maandendurende oplossing zijn.  

3.3.3       Milieubeleid

De recente economische crisis biedt ook kansen om tot een meer duurzame en circulaire samenleving te komen. De drang naar meer heeft ons uiteindelijk minder gebracht. We moeten van consumeren naar consuminderen, van ‘meer’ naar ‘genoeg’, van kwantiteit naar kwaliteit. Dat is onze opdracht als rentmeesters van Gods schepping.

Wij geloven dat we de aarde hebben gekregen en dat we er zuinig op moeten zijn. Daar varen we allemaal wel bij, net als toekomstige generaties. Steeds meer burgers zijn zelf heel actief bezig met het werken aan een beter milieu. Mensen wekken duurzame energie op en scheiden hun huisvuil. Wij willen dat de gemeente deze initiatieven ondersteunt en stimuleert. Ondertussen heeft de gemeente ook de taak om zelf ambities te hebben om te werken aan een beter milieu. Gelukkig is daar ook veel aandacht voor in de gemeente Zwijndrecht.

Het milieubeleid vraagt om een integraal plan. In een dergelijk beleidsplan komen de kwaliteit van de openbare ruimte, duurzaamheid, geluid, licht en afvalstoffenbeleid aan de orde. De ChristenUnie-SGP vindt dat de gemeente zelf ook het goede voorbeeld dient te geven in zaken als energiebesparing en CO₂ -reductie. Ook willen we rendabele, duurzame energiebronnen inzetten.

Concreet:

  • Vervuiling en uitputting van grondstoffen voorkomen door duurzaam/circulair bouwen;
  • Overtollige warmte of energie slim benutten (bijvoorbeeld warmtenet, geothermie en riothermie);
  • De aanschaf van zonnecollectoren door particulieren en bedrijven actief stimuleren;
  • Gemeentevoertuigen rijden zoveel mogelijk op waterstof of elektra;
  • Er komen meer laadpunten voor elektrische auto’s;
  • Regenwater afkoppelen;
  • Verduurzaming van gemeentelijke gebouwen heeft prioriteit;
  • Duurzame straatverlichting;
  • Educatie en voorlichting aan kinderen (en hun ouders) over het belang van natuur en milieu is belangrijk. We zien graag inzet op gescheiden afval op school;
  • Er wordt gewerkt aan bewustwording van milieugedrag bij kinderen en volwassenen en ondernemers. Er moet draagvlak vanuit de samenleving komen voor verduurzamende maatregelen;
  • Bij het geven van voorlichting op basis- en middelbare scholen kunnen vrijwilligers worden ingezet. Ook speciale activiteiten zoals de Nationale Boomfeestdag kunnen in samenwerking met bijvoorbeeld scholen worden georganiseerd (zie ivn.nl);
  • Er wordt meegedaan aan landelijke dagen rond afval, zwerfvuil, compost etc. (Nederland Schoon, Opzoomeren, Duurzaamheidsweek e.d.);
  • Burgers ontvangen subsidie om bij reconstructies van tuinen infiltratiekratten in de grond te plaatsen. Hiermee wordt het hemelwater, daar waar het valt, vastgehouden en langzaam in de bodem opgenomen;
  • Er moet ruimte worden gemaakt voor alternatieve energievoorziening;
  • Energiecorporaties van inwoners moeten worden ondersteund.  

3.3.4       Afvalstoffenbeleid

Het afvalstoffenbeleid is belangrijk om verloedering van de openbare ruimte tegen te gaan. Burgers en bedrijven moeten zich bewust worden van de geweldige productie van afval. Voor ons geldt het uitgangspunt dat de vervuiler betaalt. Vanzelfsprekend is er goed toezicht op de naleving van de regels.

Concreet:

  • Optimale scheiding van afvalstromen stimuleren;
  • Bij hoogbouw en winkelcentra milieuparkjes inrichten, waar de burger glas, papier, textiel, blik en kunststof kan inleveren;
  • Het milieurendement verbeteren en zorgen voor aanvaardbare kosten voor de burger en een goed serviceniveau;
  • Zwerfvuil en de hondenpoepvervuiling worden aangepakt door mensen daadwerkelijk te beboeten bij overtredingen. Daartegenover staat dat er een goed hondenbeleid moet zijn in Zwijndrecht. Te denken valt aan hondentoiletten die schoongehouden worden door de gemeente, maar ook goede losloopgebieden die geen gevaar opleveren voor de honden en de overige gebruikers van het gebied, zoals verkeersdeelnemers.   

3.3.5       Speelruimteplan

“Buitenspelen is voor iedereen!” is het nieuwe Speelruimteplan van de gemeente Zwijndrecht. Het is een handreiking om de speel- en ontmoetingsruimten in de gemeente Zwijndrecht op de juiste manier te ontwikkelen. De benoemde richtlijnen dragen zorg voor voldoende aanbod en spreiding van speelruimte en dat deze aantrekkelijk is en blijft door het aanbieden van voldoende uitdaging en afwisseling. Het Speelruimteplan biedt daarnaast de ruimte om met de ouders en kinderen in gesprek te gaan over de invulling van de speelplekken.

Concreet:

  • Als er vanuit een buurt vraag is naar een nieuwe speellocatie, wordt er gezocht naar mogelijkheden;
  • Vervanging van speeltoestellen en het eventueel omvormen van speelplekken gebeurt alleen in goed overleg met de buurtbewoners;
  • De veiligheid van de speelruimte blijft gegarandeerd.

 (terug naar de inhoudsopgave)   

3.4       Mobiliteit

Mobiliteit brengt mensen bij elkaar en is essentieel om samen te kunnen leven en werken. Mobiliteit is bewegingsvrijheid, maar de ChristenUnie-SGP wil dat de groeiende mobiliteit niet teveel ten koste gaat van onze leefomgeving. We kiezen daarom voor verduurzaming van de mobiliteit, vermijden van overbodig verkeer, een betere benutting van de bestaande infrastructuur en het beter met elkaar verbinden van de verschillende vervoerssoorten: auto, openbaar vervoer en fiets bij het personenvervoer en scheep- en binnenvaart, spoor en weg bij het goederenvervoer. De lokale overheid heeft de verantwoordelijkheid (samen met de provincie en het Rijk) voor een goed niveau van infrastructuur, zodat burgers economische, sociale en culturele activiteiten kunnen ontplooien en bedrijven hun werk kunnen doen. Niet alleen de overheid, maar ook de burgers hebben een grote verantwoordelijkheid om bewust met mobiliteit om te gaan.

Concreet:

  • Periodiek moet het gemeentelijk verkeer- en vervoerplan worden geactualiseerd en worden besproken;
  • De woongebieden willen we waar mogelijk inrichten als 30 kilometer-zones;
  • De ChristenUnie-SGP geeft de voorkeur aan rotondes, boven verkeersregelinstallaties. Wij vinden dat de wegenstructuur overzichtelijk en veilig moet zijn;
  • Wij willen dat vrachtauto’s zoveel als mogelijk worden geweerd uit de woonkernen en dat belangrijke verkeersstromen zoveel mogelijk buiten de leefkernen moeten worden omgeleid;
  • Gebruik van duurzame vervoermiddelen, als elektrische fiets en auto, wordt waar nodig gestimuleerd en gefaciliteerd;
  • Het onderhoud van de infrastructuur heeft hoge prioriteit. Lager dan de onderhoudsnorm die nu wordt gehanteerd is niet wenselijk;
  • Er moet samen met maatschappelijke organisaties, scholen en bedrijven aan goed verkeersgedrag worden gewerkt. Mogelijke voorbeelden zijn:
    o Theorie- en praktijkexamens op scholen;
    o Scootmobielcursussen;
    o Wijkacties om gedragsveranderingen te realiseren.

3.4.1       Fiets

De fiets vormt een uitermate belangrijk vervoermiddel voor de korteafstandsmobiliteit. Fietsen is goedkoop, gezond en vrijwel niet milieubelastend. De jeugd onder de zestien jaar is er zonder meer op aangewezen en voor schoolbezoek is er dan ook vaak sprake van grote fietsstromen. Ook voor woon-werkverkeer op korte afstand wordt veel gebruikgemaakt van de fiets. Nu fietsen met (elektrische) trapondersteuning in een snel tempo de markt veroveren, zijn er veel mensen die de fiets opnieuw ontdekt hebben.

Concreet:

  • Realiseer zo veel als mogelijk vrij liggende fietspaden en zogeheten fietsstraten waar de auto ‘te gast’ is. Te denken valt aan de Jeroen Boschlaan;
  • Fietsroutes binnen de gemeente zijn of worden zo veel mogelijk van het overige verkeer gescheiden;
  • Bij herstructureringen wordt gezorgd voor een goede infrastructuur voor fietsen, zodat het fietsen wordt bevorderd en automobiliteit wordt teruggedrongen;
  • Wachttijden voor fietsers bij verkeerslichten moeten zoveel mogelijk worden beperkt;
  • Verkeerslichten zijn zo afgesteld dat alle voetgangers bij regen vaker de mogelijkheid krijgen om over te steken;
  • Fietspaden worden in de toekomst uitgevoerd in rood asfalt voor een goed fietscomfort;
  • De ChristenUnie-SGP bevordert de aanwezigheid van oplaadpunten voor elektrische fietsen, te denken valt aan oplaadpunten bij het Veerplein. Voor de realisatie zullen ondernemers betrokken moeten worden;
  • Paaltjes op fietspaden veroorzaken veel ongelukken. Deze worden zoveel mogelijk vervangen door flexibele, kunststof paaltjes en moeten worden voorzien van retroreflecterend materiaal;
  • Wij vinden dat op plaatsen waar dat nodig en mogelijk is (bijvoorbeeld bij winkelcentra, het station, haltes van het openbaar vervoer) fietsenstallingen aanwezig zijn. Het gebruik van de fiets dient te worden bevorderd door ondermeer de wachttijd voor fietsers bij verkeerslichten kort te laten zijn en klachten over fietspaden snel aan te pakken.    

3.4.2       Voetgangers

Voetpaden zijn bedoeld om gemakkelijk op de plaats van bestemming te komen. Ze moeten daarom zo worden ingericht, zodat ook kinderen, ouderen en mindervaliden ze veilig kunnen gebruiken.

Concreet:

  • Binnen de bebouwde kom is op doorstromingswegen steeds sprake van een trottoir aan beide zijden van de weg en voldoende veilige oversteekplaatsen;
  • Verhoogd liggende trottoirs zijn voorzien van op- en afritbanden voor rolstoelen, kinderwagen e.d.;
  • In woonwijken worden bij voorkeur 30-kilometerzones aangelegd;
  • Verkeerslichten zijn zo afgesteld dat alle voetgangers voldoende tijd hebben om over te steken;
  • Verkeerslichten zijn zo afgesteld dat alle fietsers bij regen vaker de mogelijkheid krijgen om over te steken.

3.4.3       Openbaar vervoer

De gemeente is niet verantwoordelijk voor het openbaar vervoer (OV) en heeft hierop een zeer beperkte invloed. De gemeente stelt zich uiteraard proactief op richting die overheden die daarvoor wel verantwoordelijk zijn. De gemeente is een directe medespeler als het gaat om het faciliteren van de openbaar vervoersfaciliteiten.

Concreet:

  • De bereikbaarheid van openbare voorzieningen, zoals het ziekenhuis, zorgcentra en scholen moet goed zijn;
  • De mogelijkheden van vervoer over water blijven benut. Er wordt aangedrongen op betere aansluitingen in de Drechtsteden en naar Rotterdam;
  • De ChristenUnie-SGP vindt dat de Waterbus een belangrijk onderdeel is van het openbaar vervoer binnen de Drechtsteden;
  • De realisatie van plannen voor de Hoogwaardig Openbaar Vervoerlijn binnen de Drechtsteden (HOV-D), waarvan de uitvoering vorige raadsperioden is gestart, moet worden afgemaakt. Het gaat hierbij om regionale buslijnen, die drukbezochte plaatsen in de Drechtsteden met NS-stations verbinden. In Zwijndrecht loopt de HOV-lijn vanaf de brug over de Oude Maas via het NS-station, de Koninginneweg en de Laan van Walburg richting De Volgerlanden. Wij willen de aansluiting van het openbaar vervoer vanuit de wijken goed laten aansluiten op deze HOV-lijn;
  • De bedrijventerreinen moeten toegankelijk gemaakt worden via het openbaar vervoer.   

3.4.4       Automobiliteit

Een goede autobereikbaarheid is van belang voor bewoners en voor (bijna alle) bedrijven, die voor aan- en afvoer van goederen en voor de personeelsvoorziening autoverkeer nodig hebben. Dit neemt niet weg dat er goede alternatieven beschikbaar moeten zijn, zoals trein, bus en fiets. Het terugdringen van de automobiliteit is een belangrijk thema.

Concreet:

  • Automobiliteitreductieplannen worden met betrokken partijen (overheid, kantoren/bedrijven, OV-maatschappijen) opgesteld en uitgevoerd.  

3.4.5       Parkeren

Een terugkerend discussiepunt binnen de gemeente was en is het parkeerbeleid. De belangrijkste onderwerpen daarbij zijn voldoende parkeerplaatsen en de hoogte van parkeergelden. Betaald parkeren is onwenselijk. De ChristenUnie-SGP was initiator om het betaald parkeren af te schaffen.

  • Betaald parkeren is onwenselijk, maar daarvoor in de plaats moet soms sprake zijn van blauwe zones om het parkeren te reguleren;
  • Vrachtwagenverkeer dient zo veel mogelijk uit de bebouwde kom te worden geweerd. Het parkeren van grote en kleine bedrijfsvoertuigen willen we niet in de woonwijken, maar op de bedrijventerreinen en op daarvoor ingerichte betaalde vrachtwagenparkeerplaatsen.  

3.4.6       Verkeersveiligheid

De impact van ongevallen is vaak erg groot. Het aantal verkeersslachtoffers (doden en ernstig gewonden) is in Nederland relatief laag, maar het kan nog beter. Wij hebben als uitgangspunt dat bij de uitvoering van het verkeer- en vervoersbeleid ook handhaving, communicatie, voorlichting en educatie moet worden uitgevoerd.

Concreet:

  • De gemeente werkt actief mee aan het realiseren van verkeerslessen op de scholen en instellingen en stimuleert dat scholen zich inzetten voor het verkeersveiligheidslabel;
  • De ChristenUnie-SGP wil dat er aandacht besteed dient te worden aan de kwetsbare groepen in het verkeer (ouderen, kinderen en gehandicapten);
  • Wij zijn van mening dat uniformiteit en eenduidigheid van de wegenstructuur en voorrangsregels de verkeersveiligheid ten goede komt;
  • Wij vinden dat in het overleg tussen de politie, het openbaar ministerie en het gemeentebestuur, waarin de handhavingsprioriteiten worden vastgesteld, voortdurend moet worden aangedrongen op een consequente verkeershandhaving;
  • De veiligheid in het openbaar vervoer (ook bij de haltes en het station) heeft hoge prioriteit.

3.4.7       Verkeersveiligheid rond scholen

De ChristenUnie-SGP gaat zich hard maken voor de verkeersveiligheid rond de scholen in Zwijndrecht. Het SWOV (het instituut voor wetenschappelijk onderzoek verkeersveiligheid) stelt in zijn rapport: “Veel automobilisten rijden – bewust of onbewust – te hard. Naar schatting wordt een derde van alle dodelijke verkeersongevallen (mede) veroorzaakt door te snel rijden. Een structurele verbetering van het snelheidsgedrag vraagt om een combinatie van maatregelen.” De ChristenUnie-SGP wil dan ook dat er een aanpak komt voor die verkeersveiligheid.

Concreet:

  • Dit willen wij bereiken door middel van snelheidslimieten van maximaal 30km p/u rond de scholen, drempels en andere fysieke snelheidsremmers, politiecontroles en technologische ondersteuning zoals intelligente snelheidsassistentie (ISA);
  • Er zal met de scholen gekeken worden naar de mogelijkheid van een zogenaamde ‘kiss and ride’ zone;
  • Tevens moet er door de politie blijvend gecontroleerd worden op het parkeergedrag rond de scholen.

 (terug naar de inhoudsopgave)